Overslaan en naar de inhoud gaan

Kwak Nycticorax nycticorax

Foto: Louis Westgeest

Indeling

Ardeidae [familie]
Nycticorax [genus] (1/1)
nycticorax [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland zoet
ReferentieAtlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000

Trend

Trend gehele periode: Sterke toename
Trend laatste 10 jaar: Onzeker

Bron: Sovon, CBS (via Netwerk Ecologische Monitoring)

Zekere broedgevallen werden tijdens de atlasperiode vastgesteld in drie atlasblokken. Twee van deze vestigingen hebben betrekking op uit dierentuinen afkomstige dieren. In Artis (Amsterdam) broeden sinds 1989 vrij levende Kwakken, die voor de voedselvoorziening echter afhankelijk zijn van de dierentuin. In 2000 ging het om twaalf paren (W. van der Waal pers. med.). In Rotterdam wordt bij de Diergaarde Blijdorp sinds 1998 succesvol gebroed, nadat in 1995 Kwakken uit de dierentuin ontsnapten. In 2000 werden hier twee paren gemeld (D.M. Hoek pers. med.). De Duurse Waarden in het IJsseldal vormen de enige locatie waar zekere broedgevallen niet direct naar een introductie te herleiden zijn. Hier broeden Kwakken sinds 1996 tussen Blauwe Reigers en Aalscholvers. In 1999 waren vermoedelijk twee paren aanwezig (Voskamp & Zoetebier 1999).

In 20 blokken werden gedurende de broedtijd Kwakken waargenomen zonder duidelijke indicaties voor broeden. In zes gevallen werd dit geïnterpreteerd als waarschijnlijke broedgevallen op grond van herhaalde registratie van volwassen vogels tussen half mei en half juli (vgl. van Dijk &
Hustings 1996), of waarnemingen van vliegvlugge jongen. Hierbij kan het gaan om pleisterende adulte niet-broed­vogels, in sommige gevallen later in de zomer vergezeld van uitgevlogen jongen van buitenlandse origine. Omdat broeden niet geheel is uit te sluiten, zijn deze gevallen toch in het kaartbeeld opgenomen. In vijf van deze blokken werden Kwakken gedurende meer dan één broedseizoen waargenomen. Zo werden Kwakken in het IJsseldal gemeld van de Hengforderwaarden, waar na een nestvondst in 1996 jaarlijks Kwakken worden waargenomen, hoewel verdere nestvondsten ontbreken (Voskamp & Zoetebier 1999). In Kollumeroord, in het zuidelijk deel van het Lauwersmeergebied, verbleven Kwakken in 1998. Een jaar eerder werd hier een succesvol broedgeval gemeld, al bestaat hierover verschil van mening (Bijlsma et al. 2001 contra Erhart & Kurstjens 2000). Voorts werden waarnemingen in het broedseizoen verricht bij het Zwarte Meer in 1999 (net als in 1995-97; S. Deuzeman pers. med.), in de Ooijpolder in 1998 en 1999 en in de Oostvaardersplassen in 1998 en 2000, waarbij onduidelijk bleef of er werd genesteld.

Het rivierengebied is goed voor de helft van de atlasblokken met waarnemingen. De moeilijk toegankelijke ooibossen in combinatie met gunstige voedselhabitat (strangen, tichel­gaten, moerassen, tijdelijk geïnundeerde uiterwaarden) maken dit gebied aantrekkelijk voor Kwakken. In Zeeland worden jaarrond Kwakken waargenomen vanwege de aanwezigheid van een ca. 40 paren omvattende populatie juist over de Belgische grens in Het Zwin bij Knokke, ontstaan uit los­gelaten vogels. Waarnemingen in de verre omgeving van Amsterdam kunnen betrekking hebben op van Artis afkoms­tige vogels, maar een wilde herkomst is niet uitgesloten. Sporadisch zijn ook elders broedverdachte Kwakken waargenomen.

Veranderingen

Het voorkomen van de Kwak in Nederland in de 20e eeuw is een schim van het historische voorkomen. De vernietiging van grote kolonies door ontginning en directe exploitatie werd immers al aan het eind van de 19e eeuw voltooid. Gedurende de 20e eeuw werden langdurig bezette kolonies alleen vastgesteld in de Biesbosch (1946-83, maximaal 17-18 nesten in 1946) en het Peelgebied (1963-69 maximaal 5 nesten), naast tijdelijke vestigingen elders (Bijlsma et al. 2001). Tijdens het veldwerk voor de eerste broedvogelatlas in 1973-77 was de Biesbosch de enig overgebleven kolonie, met destijds hooguit tien paren. Het enige zekere broedgeval van een solitair paar werd vastgesteld in 1977 op de Noordberg bij Renkum. Voorts werden in 1975 en 1976 vliegvlugge jonge Kwakken met slagpennen in de groei aangetroffen in de Duurse Waarden, wat echter geen broedgeval ter plaatse bewijst. In de overige 40 atlasblokken ging het om waar­nemingen van adulte of juveniele vogels gedurende de broedtijd. Dit is, vergeleken met 1998-2000, een opvallend hoog aantal. Het verschil kan echter veroorzaakt zijn door minder kritische interpretatie van losse waarnemingen.

Van een herstel van de broedpopulatie Kwakken in Nederland is tot op heden dus geen sprake. Daar waar andere door vervolging en habitatvernietiging gedecimeerde vogelpopulaties (Aalscholver!) een spectaculair herstel vertoonden of een noordwaartse expansie (Kleine Zilverreiger!), bleef de Kwak een zeldzame en onregelmatige broedvogel. Het los­laten van Kwakken uit dierentuinen, zoals in de jaren negentig nog in het Natuurpark Lelystad en vermoedelijk in de omgeving van Wageningen plaatsvond, lijkt niet bij te dragen aan een populatieherstel.

Aantallen

Gegeven de inventarisatie- en interpretatieproblematiek lopen de meningen over zowel de historische als de huidige populatieomvang sterk uiteen (vgl. Erhart & Kurstjens 2000 en Bijlsma et al. 2001). De uitgezette populatie omvatte anno 2000 tenminste 14 broedparen, de wilde populatie 1-6 paren, waarbij er vanuit wordt gegaan dat het niet is uitgesloten dat broedgevallen onopgemerkt bleven in de gebieden waar gedurende meerdere broedseizoenen Kwakken werden waargenomen. 

Bron

Auteur(s)

Voskamp, P.

Publicatie

  • SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse Fauna 5: 1-584. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.