Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Turkse tortel Streptopelia decaocto

Foto: Jaap Denee

Indeling

Columbidae [familie]
Streptopelia [genus] (4/2)
decaocto [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland
ReferentieAtlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000

Trend

Trend gehele periode: Stabiel
Trend laatste 10 jaar: Matige afname

Bron: Sovon, CBS (via Netwerk Ecologische Monitoring)

Het kaartmateriaal zal bij de Turkse Tortel betrouwbaar zijn, want het is niet aannemelijk dat het uitbundige baltsgedrag in het broedseizoen snel gemist wordt.

Als cultuurvolger die uitsluitend in de nabijheid van menselijke bewoning broedt, is de Turkse Tortel in vrijwel alle blokken met bebouwing aangetroffen. Uitgestrekte gebieden zonder bebouwing worden gemeden, of het nu gaat om bos, heide, duin, open polders of merengebieden. Meest in het oog springend is het ontbreken in Zuidelijk Flevoland. Zelfs in de bebouwde kom van Almere zijn Turkse Tortels niet met zekerheid aangetroffen, waarmee dit de enige stad in Nederland is waar het gekoer van deze duivensoort ontbreekt. Andere aaneengesloten gebieden waar (weinig tot) geen Turkse Tortels voorkomen zijn het Lauwersmeer, de Biesbosch en delen van de Zuidoost-Veluwe.

In de begintijd van de kolonisatie van Nederland werden de zeeklei- en laagveengebieden lange tijd gemeden (Leys 1964). Anno 2000 heeft de soort zich hier weliswaar gevestigd, maar is hij er wel aanmerkelijk schaarser dan in de rest van het land: met uitzondering van de grote steden zijn Friesland en Groningen alsook de Kop van Overijssel nogal mager bezet. Ook het voorkomen in Drenthe, een vrij laat gekoloniseerde provincie (vanaf 1958; van Dijk & van Os 1982), is verre van overvloedig, mede doordat bebouwing hier minder versnipperd voorkomt dan elders op de zandgronden. Op de Veluwe ontbreekt de Turkse Tortel of zijn de dichtheden bijzonder laag. Langs de randen is de soort echter talrijk. Zo is de Gelderse Vallei, een belangrijk bruggenhoofd tijdens de opmars in de jaren vijftig, nog altijd een eldorado. In wezen is de dichtheidskaart van deze duif vooral een blauwdruk van de menselijke verspreiding in Nederland. Hoge dichtheden vallen doorgaans samen met stedelijke agglomeraties (al valt Amsterdam uit de toon), waarbij eigenlijk alleen industriecomplexen worden gemeden. Op het platteland zijn Turkse Tortels vooral talrijk indien verspreide bebouwing voorkomt in combinatie met kleinschalig landschap en veel akkerland (granen, maïs), zoals de accenten hier en daar in Oost- en Zuid-Nederland aangeven.

Veranderingen

Numeriek bereikte de Turkse Tortel zijn top in Nederland tussen de vorige en huidige broedvogelatlas, in de eerste helft van de jaren tachtig (Bijlsma et al. 2001). De veranderingskaart laat zien dat het eindstadium van de verspreiding in 1973-77 nog niet bereikt was. Destijds ontbrak de soort nog in delen van Noord-Nederland, Flevoland en het Delta­gebied. Dit paste binnen de kolonisatiegeschiedenis van Nederland, waarbij in eerste instantie de hoger gelegen zand­gronden bezet raakten (Leys 1964). De blokken waar de soort vergeleken met de jaren zeventig nieuw is, liggen dan ook grotendeels in Laag-Nederland.

Toch is niet het hele land inmiddels bezet. De verwachte vestiging in Zuidelijk Flevoland, nog uitgesproken in de vorige atlas, bleef nagenoeg uit. Dat de dunbevolkte gebieden en de grote aangelegde bossen hier geen aantrekkelijke broedhabitat vormen voor deze soort, is duidelijk. Het ontbreken bij boerderijen en in bebouwde kommen is echter moeilijk verklaarbaar. Mogelijk is de expansiedrift wat bekoeld. Dispersie over langere afstanden zou namelijk recent minder voorkomen dan tijdens de topjaren van kolonisatie (Hagemeijer & Blair 1997). Ten opzichte van de vorige atlas zijn er overigens ook atlasblokken waaruit de soort verdwenen is. Vaak zal het gaan om kleine lokale populaties. Het uitdoven van een cluster op de Zuidoost-Veluwe hangt vermoedelijk samen met het verdwijnen van bouwland in combinatie met een toegenomen predatiedruk van de Havik.

Het lijkt erop dat de Turkse Tortel zich, na een turbulente kolonisatieperiode, stevig heeft gevestigd in de meest aantrekkelijke gebieden (stad!) en tegelijkertijd marginale gebie­den heeft verlaten (zwaar beboste gebieden) of niet gekoloniseerd (Zuidelijk Flevoland). Hoe de stadspopulatie zich ontwikkelt, is niet helemaal duidelijk. Hier wreekt zich het ontbreken van deugdelijke tellingen in het stedelijk milieu. De bmp-index, grotendeels gebaseerd op de plattelands­populatie, toont een halvering na de piek van medio jaren tachtig, met recent enige stabilisatie (van Dijk et al. 2001a). De redenen voor de afname zijn niet onderzocht. Het is echter frappant dat de Houtduif in de afgelopen decennia juist sterk in opmars was als stadsbewoner.

Aantallen

Extrapolatie van dichtheidscijfers suggereert, rekening houdend met afname in de jaren negentig, een broedpopulatie van 50.000-100.000 paren, duidelijk minder dan in 1979-85 (100.000-150.000 paren) en ongeveer overeenkomend met 1973-77 (60.000-100.000).

Bron

Auteur(s)

Klaassen, O.

Publicatie