Overslaan en naar de inhoud gaan

Visarend Pandion haliaetus

Foto: Louis Westgeest

Indeling

Pandionidae [familie]
Pandion [genus] (1/0)
haliaetus [soort]

Voorkomen

StatusIncidenteel/Periodiek. Minder dan 10 jaar achtereen voortplanting en toevallige gasten. (1b)
Habitatland zoet brak marien
ReferentieZeldzame vogels van Nederland – Rare birds of the Netherlands. Avifauna van Nederland 1

Trend

Trend gehele periode: Matige toename
Trend laatste 10 jaar: Matige toename

Bron: Sovon, CBS (via Netwerk Ecologische Monitoring)

De Visarend is een kosmopoliet. In Europa ligt het zwaartepunt van de verspreiding in Noord- en Noordoost-Europa, met opvallend hoge dichtheden in het voormalige Oost-Duitsland. De voor ons dichtstbijzijnde broedpopulatie in Duitsland neemt recent sterk toe, in de periode 1988-98 met een factor 2,3 naar minstens 346 paren. Ten westen van de Elbe zijn echter nog vrijwel geen broedplaatsen bezet (Schmidt 2001). De soort bewoont beboste merengebieden en rivierdalen met helder visrijk water. Het nest, dat tot een tiental kilometers van de foerageergebieden kan liggen, bevindt zich doorgaans op een hoge boom maar ook wel op hoogspanningsmasten of andere locaties.

Het is niet uitgesloten dat de Visarend in voorgaande eeuwen in Nederland broedde, maar hiervoor bestaat geen bewijs. Uit Noord-Europa afkomstige trekkers blijven vooral in de nazomer vaak langdurig pleisteren (Bijlsma et al. 2001). Over­zomeren vindt incidenteel, maar in toenemende mate, plaats. In de atlasperiode werden overzomeraars gemeld uit de Biesbosch (1998: twee solitaire exemplaren) en de IJssel ten noorden van Deventer (2000); uit 2001 kunnen het Vechtplassengebied en de Ventjagersplaten in het Delta­gebied worden toegevoegd. In het Friese Veen (dr) bij Paterswolde verbleef een paar tussen 27 april en 10 juni 1998, waarbij overdracht van vissen werd waargenomen. In de zomer van 1999 vertoefde hier een solitaire vogel. In 2001 hield zich in De Wieden, De Weerribben en de noordelijke Randmeren een ‘verdacht’ paar op, dat ook baltste. In juli-augustus vertoefde een juveniele vogel in het gezelschap van dit paar, maar een broedgeval kon niet worden aangetoond. Ook in voorgaande jaren overzomerden Visarenden in dit gebied (R. Messemaker pers. med.).

Gezien de toename van het aantal overzomeringen in Nederland, de groei van de Duitse broedpopulatie en die elders in de noordelijke helft van Europa (Hagemeijer & Blair 1997) lijkt het een kwestie van tijd voordat zich in ons land Vis­arenden als broedvogel gaan vestigen. De enorme oppervlakte visrijk water en de verbeterde waterkwaliteit staan toekomstige vestiging in ieder geval niet in de weg.

Bron

Auteur(s)

Kleunen, A. van

Publicatie

  • SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse Fauna 5: 1-584. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.