Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Zeearend Haliaeetus albicilla

Foto: Louis Westgeest

Indeling

Accipitridae [familie]
Haliaeetus [genus] (2/0)
albicilla [soort]

Voorkomen

StatusIncidenteel/Periodiek. Minder dan 10 jaar achtereen voortplanting en toevallige gasten. (1b)
Habitatland zoet brak marien
ReferentieAtlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000

De Zeearend broedt in grote delen van noordelijk en Centraal-Eurazië. Relatief dicht bij Nederland heeft de Duitse populatie zich uitgebreid tot in Sleeswijk-Holstein en Neder­saksen (28 broedparen in 1997; Hauff 1998). De Zeearend broedt in waterrijke habitats en leeft vooral van vis, maar ook van zee- of watervogels, zoogdieren en aas. Er is geen bewijs dat de Zeearend eeuwen geleden in Nederland broedde, zoals vaak wordt aangenomen. De soort is er tegenwoordig wintergast in uiterst klein aantal (3-12 exemplaren) (Bijlsma et al. 2001).

Binnen de atlasperiode wees niets op een broedgeval, maar werd wel (nog steeds) gediscussieerd over een al dan niet door de mens bespoedigde vestiging als broedvogel (de Jonge 2001). Intrigerend zijn dan ook de overzomeringsgevallen net na de atlasperiode, in 2001, van minimaal één adulte en een onvolwassen vogel langs de IJssel ten noorden van Zutphen en op het Ketel- en Vossemeer. Hoewel het niet is uitgesloten dat er meer adulte vogels in het spel waren, kan dit op grond van de waarnemingslocaties en -data niet worden aangetoond (A. Hottinga & S. Deuzeman pers. med.). De adulte vogel pleisterde regelmatig in de Rammelwaard bij Voorst en in natuurontwikkelingsgebieden in het Ketel- en Vossemeer, maar werd ook op tussenliggende locaties waargenomen. De onvolwassen vogel verbleef tussen mei en augustus in de IJssel­uiterwaarden tussen Zutphen en Olst. Ook is dezelfde (?) vogel waargenomen in De Wieden in Noordwest-Overijssel (R. Messemaker pers. med.). Een broedpoging in 2001 wordt onwaarschijnlijk geacht maar moet voor de nabije toekomst niet worden uitgesloten, gezien ook de recente uitbreiding in Noordwest-Duitsland. Potentieel geschikte gebieden zijn de IJsseldelta en noordelijke Randmeren, de Oostvaardersplassen en de Biesbosch, waar visrijk water in associatie met ouder wordend bos beschikbaar is. Een beperkende factor vormt wellicht voldoende rust.

Bron

Auteur(s)

Kleunen, A. van

Publicatie

  • SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-20005: 1-584. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.