Voedsel
Jaagt meestal in snelle, agressieve achtervolgingsvlucht, de prooi in de lucht vangend, op nesten en takken of op de grond. Prooi wordt naar dekking gebracht en op de grond of op een tak verorberd. Vanwege grootteverschil vangt vrouwtje veel grotere prooien dan mannetje. Uiteenlopende prooien: hoenderachtigen, duiven, kraaien, lijsters en zoogdieren (onder andere konijnen en eekhoorns).
Eieren
Aantal eieren in legsel 2-3, zelden 1-5. Rondachtig. Niet glanzend en ruw. Helder, blauwachtig-wit. Formaat 57,4 x 44,2 mm, gewicht 59g.
Publicatie
- Harrison, C. & Taapken, J. 1977. Elseviers broedvogelgids: nesten, eieren en jongen van alle in Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten broedende vogels. Elsevier.