Overslaan en naar de inhoud gaan

Fazant Phasianus colchicus

Foto: Wijnand van Buuren

Indeling

Phasianidae [familie]
Phasianus [genus] (1/1)
colchicus [soort]

Voorkomen

StatusExoot. Minimaal 100 jaar zelfstandige handhaving. (2a)
Habitatland
ReferentieAtlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000

Trend

Trend gehele periode: Matige afname
Trend laatste 10 jaar: Matige afname

Bron: Sovon, CBS (via Netwerk Ecologische Monitoring)

Beschikbaarheid van voedsel en dekking bepalen, in combinatie met menselijke bemoeienis en de aanwezigheid van predatoren, momenteel het voorkomen van de Fazant in ons land.Vrijwel overal in het land treft de soort bruikbare leefgebieden aan, getuige de aanwezigheid als waarschijnlijke of zekere broedvogel in 90% van de atlasblokken. Opvallende hiaten vinden we in westelijk Friesland, delen van Flevoland en op vrijwel de gehele Veluwe.

In de jaren zeventig en tachtig waren Fazanten vooral te vinden in kleinschalig cultuurland, kleipolders en verboste moerassen, en ontbraken ze in zeer open veenweide- en zeeklei­gebieden, heidevelden en uitgestrekte bossen op zandgrond (Bijlsma et al. 2001). De relatieve dichtheidskaart wijkt hier deels van af. Zo blijken de open zeekleigebieden van Noordoost-Groningen, de Wieringermeer, het Deltagebied en het aansluitende noordwesten van Noord-Brabant opvallend veel Fazanten te herbergen. De combinatie van (graan)akkers met ruigtevegetaties langs sloten, kreken en dijken lijkt een goed aanbod van voedsel en dekking op te leveren. De hoge dichtheid in de Drents-Groningse veenkoloniën kan op eenzelfde wijze worden verklaard. Voor al deze gebieden speelt ongetwijfeld ook het geringe voorkomen mee van vos en Havik, beiden geduchte fazantenliefhebbers. De opmerkelijk lage dichtheid in Flevoland laat zien dat het grootschalige en veelal alleen door kale vaarten doorsneden cultuurland hier on­geschikt is, net als de aangeplante maar inmiddels fors uitgegroeide bossen die bovendien een hoge predatiedruk kennen. Behoorlijke dichtheden worden verder behaald in de duinen van de Wadden­eilanden en het Deltagebied, en in het rivieren­gebied.

Op de hogere gronden komen alleen lokaal redelijke dicht­heden voor. Fazanten bezetten hier tegenwoordig vrijwel alleen het cultuurlandschap, met een voorkeur voor de wat kleinschaliger delen.

Veranderingen

Hoewel het uitzetten van Fazanten vanaf 1978 is afgebouwd, werden er begin jaren negentig jaarlijks nog zo’n 50.000 officieel uitgezet, naast illegale acties. Sinds 1993 is het uitzetten verboden, hoewel er nog enige ontsnappingsclausules in de wet zitten (Ministerie van LNV 1993). Deze beleidswijziging had grote gevolgen voor de fazantenstand. Het meest spectaculair was wel de enorme afname in Flevoland, waar in het korte tijdsbestek dat zulks mogelijk was ettelijke tienduizenden vogels zijn uitgezet. Begin jaren tachtig werd hier nog de hoogste landelijke dichtheid vastgesteld (SOVON 1987). Naast al eerder genoemde factoren zal ook de voortschrijdende ontginning hier een bepalende rol hebben gespeeld.

Belangrijk bij het interpreteren van de kaarten is de vraag in hoeverre illegale uitzetpraktijken en actief fazantenbeheer (habitatbescherming, bijvoeren, afschot van predatoren) een rol spelen. Op de Veluwe, waar al enige tijd nauwelijks nog Fazanten worden uitgezet en van actief fazantenbeheer geen sprake is, waren de gevolgen duidelijk: de door voedselgebrek geteisterde en onvoldoende tegen predatie opgewassen po­pu­latie is volledig ingeklapt. De Fazant kent echter nog vele legale en een onbekend aantal illegaal opererende ‘vrienden’. Speciaal - maar ongetwijfeld incompleet - onderzoek van de Algemene Inspectie Dienst in het jachtseizoen 1999/2000 leerde dat op tenminste 35 locaties, met name landgoederen in Overijssel, Gelderland, Utrecht en Noord-Brabant, gefokte Fazanten werden uitgezet. Ook - verboden - voederplaatsen en zelfs een tweetal fokkerijen met een capaciteit van enkele tienduizenden Fazanten werden opgespoord (Hübben 2000). De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging onderschrijft het Haagse beleid, maar een groot deel van haar achterban heeft er kennelijk de nodige moeite mee.

Begin jaren tachtig lag het aantal geschoten Fazanten nog boven de 400.000. Na 1983 kelderden de afschotcijfers fors, stabiliseerden vervolgens op een lager niveau en nemen sinds 1994 langzaam verder af tot een aantal van 98.000 hanen en 30.000 hennen in het jachtseizoen 1999/2000 (KNJV 2002). De dalende afschotcijfers zijn in overeenstemming met de forse witte vlekken op de dichtheidskaart en de -schaarse- monitoringgegevens, die bijna zonder uitzondering wijzen op een fikse afname. Aansprekende voorbeelden zijn bekend uit Zuidwest-Drenthe (1820 hanen in 1970, 406 in 1990 en 178 in 2000; A.J. van Dijk pers. med.), het Noordhollands Duinreservaat (van 802 in 1988 naar 96 in 2000; Klemann & Veen­stra 2001) en het Leenderbos bij Valkenswaard (van 95 in 1991 naar 44 in 2000; Deuzeman 2000).

Niets wijst erop dat het dieptepunt van de Nederlandse fazantenpopulatie reeds bereikt is. De sterke plaatsgebondenheid van de Fazant zal het verdwijnen van lokale populaties kunnen versnellen: zonder menselijk ingrijpen zal er niet snel vers bloed van elders worden ingebracht. Anderszins is inmiddels afdoende bewezen dat Fazanten het in geschikte habitats op eigen kracht uit kunnen houden. Hiermee is de Fazant van introducé tot volwaardig lidmaat van de Nederlandse natuur geworden.

Aantallen

Het aantal territoriale hanen wordt, op grond van atlasmateriaal en bmp (bijna 58.000), geschat op tenminste 50.000-60.000. De meest betrouwbare historische schatting, 60.000-100.000 in 1979-85, was te laag.

 

Bron

Auteur(s)

Vergeer, J.-W.

Publicatie

  • SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse Fauna 5: 1-584. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.