Overslaan en naar de inhoud gaan

Kneu Linaria cannabina

Foto: Bert Verbruggen

Indeling

Fringillidae [familie]
Linaria [genus] (2/1)
cannabina [soort]

Het broedgebied van de Kneu omvat vrijwel de gehele westelijke Palearctis. Alleen IJsland en het noorden van Schotland, Fenno-Scandinaviƫ en Rusland moeten het zonder deze kwetteraar stellen. Kneuen broeden bij voorkeur in lage struiken en struwelen nabij kruidenrijke lage begroeiingen. In uitgestrekte bossen ontbreekt de Kneu. In het sterk gecultiveerde laagland van westelijk Europa is de Kneu een echte cultuurvolger geworden die ook genoegen kan nemen met marginale lapjes geschikte habitat. Agrarische gebieden met een extensieve bedrijfsvoering zijn ideaal voor deze soort. Dergelijke landschappen zijn vooral in West-Europa echter nauwelijks meer te vinden, zodat de Kneu hier sinds de jaren zeventig sterk in aantal verminderd is. De Nederlandse broedvogels trekken grotendeels weg naar het Middellandse Zeegebied.

Publicatie

  • SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse Fauna 5: 1-584. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.