Overslaan en naar de inhoud gaan

Grote kruisbek Loxia pytyopsittacus

Foto: Wijnand van Buuren

Indeling

Fringillidae [familie]
Loxia [genus] (3/1)

De Grote Kruisbek broedt in een gebied dat zich uitstrekt van Noorwegen tot in Rusland net voorbij de Oeral. In vergelijking met Kruisbek en Witbandkruisbek is de Grote Kruisbek veel meer gebonden aan grove den, hoewel hij ook in fijnspar en lariks nestelt. Omdat de grove den minder grote schommelingen in zaadproductie kent dan beide andere soorten, fluctueren de aantallen Grote Kruisbekken ook minder dan die van zijn kleinere verwanten (Nethersole-Thompson 1975). Daardoor treden minder vaak irrupties op, die bovendien niet massaal zijn en niet ver in West-Europa doordringen. Recente grote invasies van de soort vonden in Nederland plaats in 1982/83 (Schekkerman 1986) en 1990/91 (Sierdsema 1991, Bijlsma 1994c), waarbij het om honderden tot mogelijk enkele duizenden vogels ging. Buiten invasiejaren is de soort ronduit zeldzaam. De meeste Grote Kruisbekken worden van oktober tot maart gezien, vrijwel uitsluitend in grote bosgebieden. 

Bron

Auteur(s)

Beusekom, R. van

Publicatie

  • SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse Fauna 5: 1-584. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.