Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Europese kanarie Serinus serinus

Foto: Wijnand van Buuren

Indeling

Fringillidae [familie]
Serinus [genus] (2/1)
serinus [soort]

De Europese Kanarie, van oorsprong bewoner van het mediterrane gebied, heeft zijn areaal in de af­gelopen twee eeuwen aanzienlijk in noordelijke richting uitgebreid. Zo werd in 1922 bij Kerkrade het eerste zekere broedgeval voor Nederland vastgesteld. Thans komt de soort voor tot aan de Oostzee. In België broedt hij plaatselijk en in vrij lage aantallen (650-1200 paren in 1989-91, waarvan meer dan 90% in Wallonië; Anselin & Devos 1992), in Duitsland is hij talrijk en wijd verbreid, met uitzondering van het uiterste noordwesten (drie miljoen paren). In Nederland vindt de najaarstrek voornamelijk in zuidwestelijke richting plaats, mogelijk naar het Iberisch Schiereiland. Overwinteraars worden jaarlijks waargenomen, vooral in het zuiden en oosten van het land, zij het in kleine en sterk wisselende aantallen. De broedcyclus speelt zich af van april tot in augustus, waarbij twee broedsels worden grootgebracht. De kleine, compacte nesten worden bij voorkeur gebouwd in sierconiferen of dichte struiken en loofbomen.

Bron

Auteur(s)

Coelen, J. van der

Publicatie