Overslaan en naar de inhoud gaan

Engelse kwikstaart Motacilla flavissima

Foto: Hans van der Meulen

Indeling

Motacillidae [familie]
Motacilla [genus] (9/5)
flavissima [soort]

Indeling

Motacillidae [familie]
Motacilla [genus] (9/5)
flavissima [soort]

Het belangrijkste broedgebied van de Engelse Kwikstaart is Midden- en West-Engeland. Sporadisch wordt deze soort ook aangetroffen in Zuidwest-Engeland, Wales en Zuid-Schotland. De Britse populatie omvatte rond 1990 zeker 50.000 paren (Gibbons et al. 1993). In Frankrijk broedt de Engelse Kwikstaart langs de westkust, zuidelijk tot de monding van de Loire. Het gaat hier om 10.000-12.000 paren, waarvan de helft ten noorden van de Somme huist. In Bretagne is het voorkomen tot de kust beperkt, maar in Normandië en verder noordwaarts strekt het broedgebied zich uit tot tientallen kilometers landinwaarts. In Bretagne en Normandië wordt het broedgebied niet gedeeld met Gele Kwikstaarten. Dit is wel het geval in het noordelijke kustgebied, waar het talrijke voorkomen van Engelse Kwikstaarten pas na 1980 werd vastgesteld. Hier worden veel hybriden waargenomen (Dubois 2001). Langs de oostelijke kust van de Noordzee broedt de soort jaarlijks in Nederland, op de eilanden van Nedersaksen inclusief Helgoland (1-6 paar per eiland; Glutz von Blotzheim & Bauer 1985), hier en daar in West-Jutland (Grell 1998) en in Zuid-Noorwegen (10-20 paren; Gjershaug et al. 1994). In Engeland is het voorkomen beperkt tot vochtige graslanden. Dat geldt ook voor Frankrijk ten zuiden van de Somme. Verder noordwaarts in Frankrijk wordt vooral op akkers gebroed. Engelse Kwikstaarten foerageren evenals Gele Kwikstaarten bij voorkeur in lage vegetatie of op open grond, waarbij ze al rennend en fladderend allerlei insecten (vooral Diptera) bemachtigen. De najaarstrek loopt langs de kusten van West-Frankrijk, Noord-Spanje, Portugal en Marokko naar de winter­kwartieren in West-Afrika (Senegal, Gambia). De voorjaarstrek vindt oostelijker plaats, deels via Algerije, de Spaanse oostkust en Midden-Frankrijk. In ons land arriveren de vogels van begin april tot half mei, waarbij de hoofdmacht 1-2 weken eerder aankomt dan die van de Gele Kwikstaart (van Dijk 1975), net als in Frankrijk (Yeatman-Berthelot & Yarry 1994).

Bron

Auteur(s)

Dijk, J. van

Publicatie

  • SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse Fauna 5: 1-584. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.