Overslaan en naar de inhoud gaan

Ringmus Passer montanus

Foto: Hans van der Meulen

Indeling

Passeridae [familie]
Passer [genus] (3/2)
montanus [soort]

Voedsel
Voornamelijk zaden, maar eet ook insecten, met name in broedtijd.

Eieren
Aantal eieren in legsel meestal 4-6, zelden 2-9. Buikig, glad en zwak glanzend. Minder verschillend dan bij de huismus, maar donkerder, bruiner en kleiner. De grondkleur is wit tot zeer lichtgrijs. Zwaar bezet met meestal donkerbruine, soms purperachtige of grijsachtige spikkels, kleine vlekken en stippen. De tekens zijn vaak zwaar genoeg om de grondkleur te verbergen. Soms maken zeer fijne gepikkelde eieren een effen indruk maar zijn meestal donkerder in de richting van de stompe pool. De tekens zijn vaak geconcentreerd aan de stompe pool. Veel legsels hebben één of twee lichte, schaars getekende eieren. Formaat 19,3 x 14,0 mm.

 

Publicatie

  • Harrison, C. & Taapken, J. 1977. Elseviers broedvogelgids: nesten, eieren en jongen van alle in Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten broedende vogels. Elsevier.