Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Kleine karekiet Acrocephalus scirpaceus

Foto: Hans van der Meulen

Indeling

Acrocephalus [genus] (8/5)
scirpaceus [soort]

In Europa broedt de Kleine Karekiet van zuidelijk Scandinavië tot aan de Middellandse Zee en oostelijk tot de Wolga. Het gros van de Nederlandse populatie trekt in augustus en september naar tropisch Afrika om vanaf eind april weer terug te keren. Tot in juni vinden er nog vestigingen plaats. De soort heeft een duidelijke voorkeur voor in het water staande rietvelden; het foerageren op insecten vindt in kleinschalige moerassen veelal plaats in ruigtekruiden en wilgenopslag langs de randen. Als generalist onder de moeraszangers is deze soort niet gebonden aan riet, maar voelt hij zich in vrijwel ieder type moerasland thuis. Lisdoddevegetaties en vochtige tot natte ruigte­vegetaties worden eveneens bezet, zij het in veel lagere dichtheden dan rietvelden. Het nest wordt opgehangen aan riethalmen, bij voorkeur aan stevige maar niet te dikke stengels. Overjarige rietvegetaties worden eerder in het seizoen en in aanzienlijk hogere dichtheden bezet dan gemaaide en opnieuw uitlopende vegetaties. Het verschil in legbegin tussen beide vegetatietypen bedroeg in De Weerribben jaarlijks 6-12 dagen, met het kleinste verschil in warme voorjaren (Graveland 1997).

Bron

Auteur(s)

Driessen, J.

Publicatie