Overslaan en naar de inhoud gaan

Noordse nachtegaal Luscinia luscinia

Indeling

Muscicapidae [familie]
Luscinia [genus] (3/2)
luscinia [soort]

Voorkomen

StatusIncidenteel/Periodiek. Minder dan 10 jaar achtereen voortplanting en toevallige gasten. (1b)
Habitatland
ReferentieAtlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000

In 1998-2000 werden voor enige tijd in geschikte broed­habitat zingende Noordse Nachtegalen vastgesteld bij Diemen (nh) van 18-28 mei 1998, Oostzaan (nh) van 23 mei-28 juni 1998, Ubbergen (gl) van 15 mei-5 juni 1999 en Meerlo-Wanssum (lb) van 13-20 mei 2000. Waarschijnlijk betrof het in alle gevallen ongepaarde mannetjes die ‘doorgeschoten’ waren tijdens de voorjaarstrek. Toch kunnen dergelijke vogels gepaard raken en met succes broeden, zoals in 1995 bij Zeewolde in Flevoland (van Beusekom 2001).

Voor waarnemers die de verschillen met de zang van de Nachtegaal goed kennen, is de soort door zijn zeer luide, vérdragende en opvallende zang niet te missen. Het idee dat de soort nog steeds geen vaste voet aan de grond heeft als broedvogel in Nederland wordt door de atlasresultaten bevestigd, hoewel juist gepaarde vogels nauwelijks zingen en hierdoor een broedgeval aan de aandacht kan ontsnappen.

Veranderingen

De Noordse Nachtegaal werd in de jaren tachtig en negentig vaker waargenomen dan in de jaren zeventig, ten tijde van de vorige broedvogelatlas. Dit reflecteert enerzijds de toename in waarnemers, maar anderzijds ook de uitbreiding van het reguliere Europese broedgebied in noordwestelijke richting. Hierdoor kwam het broedgeval in 1995 niet geheel onverwachts (Drijfhout et al. 1978). Omdat dit succesvol was, waren de verwachtingen hooggespannen voor de jaren erna. Het is echter bij dit enkele broedgeval gebleven. Dit neemt niet weg dat het nog steeds goed mogelijk is dat de soort zich in de toekomst definitief als broedvogel zal vestigen, omdat de westwaartse uitbreiding nog steeds aanhoudt (Hagemeijer & Blair 1997). Hierbij kan de huidige trend naar meer natte natuur de soort in de kaart spelen.

Aantallen

In Nederland kan rekening worden gehouden met het jaarlijks verschijnen van een of meer zingende mannetjes, waarbij een broedgeval altijd tot de mogelijkheden behoort.

Bron

Auteur(s)

Beusekom, R. van

Publicatie

  • SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse Fauna 5: 1-584. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.