Overslaan en naar de inhoud gaan

Blauwborst Luscinia svecica

Foto: Hans van der Meulen

Indeling

Luscinia [genus]
(3 soorten in totaal / 2 gevestigd)
svecica [soort] (2/1)

Indeling

Luscinia [genus]
(3 soorten in totaal / 2 gevestigd)
svecica [soort] (2/1)

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland
ReferentieAtlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000

Trend

Trend gehele periode: Matige toename
Trend laatste 10 jaar: Matige toename

Bron: Sovon, CBS (via Netwerk Ecologische Monitoring)

De Blauwborst is vastgesteld in bijna de helft van de atlasblokken. In Laag Nederland komt de soort in het merendeel van de blokken voor, met alleen hiaten in sommige grootschalige akkerbouwgebieden zonder moeraselementen, zoals in Noordwest-Friesland. In het hoge deel van Nederland is de situatie juist omgekeerd: daar ontbreekt de soort, behalve waar geschikte broedhabitat voorkomt. De kaart met de geschatte aantallen per atlasblok nuanceert dit beeld aanzienlijk. De soort bereikt in enkele gebieden een zeer hoge dichtheid en is daarbuiten wel wijd verspreid, maar nergens erg talrijk. De kerngebieden liggen op voedselrijke klei­bodems, met Noordwest-Overijssel en de Peel, beide veengebieden, als spreekwoordelijke uitzondering.

De blauwborsthabitats verschillen per regio. In Oost- en Zuid-Nederland is het voorkomen vooral gebonden aan hoogveenreservaten, natte heide met opslag, verlandings­zones van vennen (gagelstruwelen) en broekbosjes. In het zuidelijk zandgebied zijn dergelijke habitats niet zeldzaam; de soort heeft daardoor een tamelijk ruime verspreiding in Noord-Brabant en aangrenzend Limburg, met de Peel als kerngebied. In Groningen en Friesland was de Blauwborst een vogel van akkerland met sloten. Dat is nog steeds het geval, maar nieuwe habitats zijn in opkomst. Het belangrijkste gebied hier is het Lauwersmeer, waar na de afdamming en ontzilting geschikte habitat ontstond in de vorm van verruigende oevers. In Zeeland broedt de Blauwborst zowel binnendijks (kreken, sloten) als buitendijks op schor (310 paren op Saeftinge; H. Castelijns pers. med.) of voormalig schor in de afgesloten zeegaten. In het voormalige zoetwater­getijdengebied van de Biesbosch met aansluitende oevers van Hollands Diep en Haringvliet voltrok zich een snelle toename. In dit gebied, waar al geruime tijd flinke aantallen Blauwborsten voorkwamen, ontstond na het uitbannen van het getij (afsluiting Haringvliet in 1970) ideale broedhabitat door verruiging van rietgorzen met opslag van wilgen en vlierstruiken (Meijer & van der Nat 1989, Meijer 1991). In Flevoland, waar grote aantallen voorkomen in de Oostvaardersplassen, bewoont de Blauwborst net als in Noord-Nederland ook akkerland, speciaal koolzaad. In het rivierengebied broedt de soort in verruigde moerassen en kiemvlaktes of -zomen van wilg. Het voorkomen in (de jongste jaarklassen van) grienden heeft, met het verdwijnen of mechaniseren van de griendcultuur, sterk aan betekenis ingeboet. Op de Wadden­eilanden en langs de Hollandse kust wordt de soort aangetrokken door natte duinvalleien. In Laag-Nederland, vooral rond kerngebieden, komt de Blauwborst ook voor in afwijkende habitats als sloten met weinig riet, braakliggende terreinen, spoorwegbermen en rabarberpercelen.

Veranderingen

De Blauwborst kwam vanouds in een groot deel van ons land voor. Met het verdwijnen of verdrogen van moerasjes is de soort sterk in aantal verminderd naar een dieptepunt in de jaren zestig van de 20e eeuw. Onverwacht volgde vanaf de jaren zeventig een spectaculair herstel (Hustings et al. 1995). De toename van bestaande populaties - vooral in Biesbosch en Zuidelijk Flevoland, maar ook de Peel en Zeeuws-Vlaanderen - leidde ertoe dat brongebieden voor verdere uitbreiding ontstonden. Na enige tijd bereikte het ‘broedvogelfront’ andere grootschalige moerasgebieden die na opvulling als nieuwe bron konden dienen. Dergelijke nieuwe bron­gebieden ontwikkel(d)en zich in en rond Wieringermeer, het Bargerveen in Zuidoost-Drenthe, het Lauwersmeer, Noordwest-Overijssel en de Gelderse Poort. Vooral de drie laatstgenoemde gebieden lijken van groot belang voor het vullen van de nog relatief schaars bezette moerassen in het oostelijk rivierengebied, het IJsseldal en Noordoost-Nederland. Het Lauwersmeer heeft waarschijnlijk ook een grote rol gespeeld bij de zich uitdijende populatie in de akkers van het noordelijk kustgebied, waar Blauwborsten in toenemende mate langs ruige slootkanten en wegbermen broeden.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Blauwborst in ruim viermaal zoveel atlasblokken is aangetroffen als in 1973-77. Zuidoost-Drenthe vormt wat dit betreft een dissonant. Een verdere uitbreiding zal vermoedelijk vooral in Noord- en Oost-Nederland plaatsvinden, waar veel geschikt ogende gebieden niet of slechts schaars bezet zijn (al zijn er ook tekenen voor afvlakking; van Seggelen 1999b, Faunawerkgroep Gelderse Poort 2002). Ondanks deze zonnige vooruitzichten is enige scepsis op zijn plaats. De Blauwborst moet het vooral hebben van de overgangsfase van open moeras naar moerasbos. Deze fase blijft alleen beschikbaar door menselijk ingrijpen, door natuurlijke dynamiek (overstromingen) en/of doordat vegetatiesuccessie steeds nieuwe geschikte gebieden oplevert. Anderzijds is de Blauwborst in voedselrijke milieus mede een indicator van de teloorgang van vitaal rietmoeras en valt zijn opmars samen met het verdwijnen van Grote Karekiet en andere kensoorten van water­riet.

Aantallen

De landelijke populatie in 1998-2000 wordt geschat op 9000-11.000 paren, aangezien de schattingen per atlasblok op ruim 10.000 uitkomen. Ten opzichte van rond 1975 (max. 900 geschat, mogelijk wat laag) betekent dit een geweldige vermeerdering. Door de sterke toename was de Blauwborst een van de weinige soorten die van de tweede Rode Lijst werd afgevoerd (Osieck & Hustings 1994). 

Bron

Auteur(s)

Meijer, R.

Publicatie

  • SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse Fauna 5: 1-584. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.