Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Geelgors Emberiza citrinella

Foto: Hans van der Meulen

Indeling

Emberizidae [familie]
Emberiza [genus] (17/4)
citrinella [soort]

Geelgorzen zijn in Europa wijd verbreide broedvogels, die alleen in het zuiden ontbreken. Alleen al in Polen, Tsjechi√ę, Denemarken en Duitsland broeden minstens tien miljoen paren. De Nederlandse broedvogels zijn in hoofdzaak standvogel. De Geelgors wordt door vogelaars veelal geassocieerd met kleinschalige agrarische landschappen met houtwallen, meidoornhagen, bosschages alsmede ruige hoekjes en akkers. Geelgorzen zitten daarnaast ook veel in bosranden langs heidevelden en stuifzanden, in jonge bosaanplant en op open plekken in bossen. Het voedsel bestaat in hoofdzaak uit zaden terwijl nestjongen worden gevoerd met insecten(larven) en spinnen. Geelgorzen nestelen meestal op of net boven de grond, vaak op greppelranden, dan wel in dichte struiken en jonge bomen, en dan graag in aanplant van fijnspar. Tussen half april en begin augustus worden 2-3 legsels geproduceerd van ieder 3-5 eieren (Bradbury et al. 2000, Luijten 2000).

Bron

Auteur(s)

Luijten, L., Dijk, A. J. van

Publicatie