Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Glanskop Poecile palustris

Foto: Kees Venneker

Indeling

Paridae [familie]
Poecile [genus] (2/2)
palustris [soort]

De broedgebieden van de Glanskop ten westen van Oeral en Kauka­sus worden door een hiaat van duizenden kilometers gescheiden van Oost-Aziatische populaties. De westelijke ondersoorten tonen een voorkeur voor bossen met eik en beuk. Eiken vormen een rijke voedselbron (rupsen!) voor de jongen terwijl beukennoten favoriete winterkost zijn. Het Euro­pese voorkomen overlapt zelfs grotendeels met dat van de beuk. Drie andere ecologische factoren induceren hiaten in het verspreidingspatroon. Allereerst prefereren Glanskoppen loofbos met veel natuurlijke holen, omdat ze alleen holtes kunnen benutten die niet door andere, meer dominante mezensoorten bezet worden. Ten tweede is de soort een uitgesproken standvogel. Zelfs de jongen vestigen zich veelal binnen 1000 m van hun geboorteplaats. Tenslotte moet een bos minimaal 4 ha groot zijn om een paartje te kunnen onderhouden. Door dit alles heeft fragmentatie van bossen grote invloed en kunnen opengevallen territoria op afgelegen plekken jarenlang onbezet blijven.

Bron

Auteur(s)

Bult, H.

Publicatie