Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Matkop Poecile montanus

Foto: Bert de Ruiter

Indeling

Poecile [genus]
(2 soorten in totaal / 2 gevestigd)
montanus [soort] (1/1)

Indeling

Poecile [genus]
(2 soorten in totaal / 2 gevestigd)
montanus [soort] (1/1)

Het broedareaal van de Matkop omvat de gordel van boreale en gematigde bossen van Engeland tot Japan. Matkoppen broeden in allerlei bostypen - van elzenbroekbossen tot dennenopstanden - mits er voldoende dood hout staat. Ook heide en hoogveen met opslag, parken en andere besloten landschappen met bosjes en houtwallen worden bewoond. Het nest wordt gemaakt in natuurlijke holtes. Vermolmde stronken, liefst van zachthoutsoorten als wilg en berk, zijn hiervoor zeer geschikt. In de broedtijd staan insecten en spinnen op het menu die in struiken en op stammen, maar ook op dood hout gezocht worden. In vochtig loofbos is de struiklaag belangrijk, in dennenbossen worden vooral stammen en takken in de kronen geëxploiteerd. De West-Europese ondersoort rhenanus is standvogel, alleen de jongen vertonen enige dispersie. Territoriale wintergroepen bestaan doorgaans uit een volwassen paar en een paar niet-verwante eerstejaars vogels. De broedgebieden worden in maart en april met zang afgebakend, een afwijkende imponeerzang is minder vaak te horen. De broedterritoria zijn groter (4-15 ha, gemiddeld 7,5 ha) dan bij andere mezen. Daardoor valt de bezettingsgraad van kleine bosjes lager uit dan bij de Kool- of Pimpelmees.

Bron

Auteur(s)

Bult, H.

Publicatie