Overslaan en naar de inhoud gaan

Zwarte kraai Corvus corone

Foto: Louis Westgeest

Indeling

Corvidae [familie]
Corvus [genus] (8/4)
corone [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland
ReferentieAtlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000

Trend

Trend gehele periode: Matige toename
Trend laatste 10 jaar: Stabiel

Bron: Sovon, CBS (via Netwerk Ecologische Monitoring)

De Zwarte Kraai behoort tot de meest verspreide broedvogels van Nederland en ontbreekt in vrijwel geen atlasblok, kleine snippers of boomloze blokken daargelaten. Toch bestaan er de nodige dichtheidsverschillen binnen Nederland. Het favoriete landschap wordt gevormd door akkers en weilanden, doorsneden door bomenrijen en kleine bossen. Ook de randen van grotere boscomplexen worden bezet, mits ze grenzen aan cultuurland. De centra van dergelijke bossen worden echter niet of in zeer lage dichtheden bewoond, wat vooral op de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug zichtbaar is in het kaartbeeld. Zeer open landschappen worden niet gemeden. Zwarte Kraaien nestelen hier veelvuldig in alleenstaande bomen, houtwallen, singels en erfbeplanting, met graagte ook in hoogspanningsmasten. In open cultuurlandschap bedraagt de dichtheid meestal ongeveer 1 paar per 100 ha, in meer besloten cultuurlandschappen varieert deze van 3-12 paren per 100 ha, met lokale uitschieters tot bijvoorbeeld 20 paren per 100 ha in beekbegeleidende bossen in Noord-Brabant (Poelmans & van Diermen 1997). Deze dicht­heden komen goed overeen met die van vergelijkbare landschappen in Duitsland en Zwitserland (Mäck & Jürgens 1999). De dichtheid in dorpen en steden neemt nog steeds toe en bedraagt meestal 1-3 paren per 100 ha, lokaal oplopend tot het dubbele of meer. Hoewel er altijd al veel meer Zwarte Kraaien in Oost-Nederland waren dan in West-Nederland, lijkt de (punt)relatieve dichtheidskaart een onderschatting te geven voor de westelijke provincies. In het Groene Hart van Holland staan weinig bomen en zijn bosjes schaars, maar toch kan men er in het voorjaar vaak meer Zwarte Kraaien tellen dan Kieviten. Ook in Noord-Holland, met zijn wijde polders, dient menige singel als nestplaats. Schaars is de Zwarte Kraai alleen in zeer open bouwlandgebieden zoals in het noorden van Groningen en Friesland, de Wieringermeer, Flevoland en het noordelijk Deltagebied.

Veranderingen

De belangrijkste veranderingen sinds 1973-77 deden zich voor in Zuidelijk Flevoland, dat inmiddels geheel is opgevuld, en vooral het Deltagebied, dat nu volledig tot het verspreidingsgebied behoort. Wel bleven de dichteden in deze gebieden veelal laag, gezien de hiaten op de dichtheidskaart; deels, zoals in Flevoland, kan dit samenhangen met intensieve vervolging (Bijlsma et al. 2001). De Zwarte Kraai kon in deze gebieden oprukken toen voldoende nestbomen van formaat beschikbaar kwamen. Zo waren er in Zeeland na de Tweede Wereldoorlog en na de Watersnoodramp van 1953 nagenoeg geen bomen meer over. Afgenomen vervolging speelt hier eveneens mee (Vergeer & van Zuylen 1994). Elders werden amper veranderingen in verspreiding vastgesteld; Nederland zat en zit op atlasblokniveau bijna helemaal vol. Dit neemt niet weg dat zich belangwekkende aantalsveranderingen voordeden. Zo zijn de aantallen in agrarisch cultuurland in de afgelopen 30 jaar verdrievoudigd en heeft de soort in het kielzog van de Ekster de weg gevonden naar het stedelijk gebied. In grote naaldbossen daarentegen is de Zwarte Kraai schaars geworden nadat de aantallen van Havik en Buizerd er toenamen, met een gestegen kans op predatie en grotere onveiligheid als gevolg. De aantalstoename in het cultuurland hangt vooral samen met het vergrote voedsel­aanbod (intensieve bemesting, tevens veel afval en aas, zoals verkeersslachtoffers), al lijkt de grootste rek er momenteel wel uit.

Aantallen

De aan inventarisaties (bmp) en atlasgegevens ontleende po­pulatiegrootte van ruim 86.000 (schatting: 70.000- 100.000) paren komt aanmerkelijk hoger uit dan die in 1973-77 (30.000-40.000 paren) en 1979-85 (50.000-80.000).

Bron

Auteur(s)

Baeyens, G.

Publicatie

  • SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse Fauna 5: 1-584. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.