Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Zwarte specht Dryocopus martius

Foto: Jankees Schwiebbe

Indeling

Picidae [familie]
Dryocopus [genus] (1/1)
martius [soort]

De Zwarte Specht komt voor over bebost Europa (vasteland) en in de noordelijke helft van Azië. In de 19e eeuw, toen de ontbossing van West-Europa grotendeels voltooid was, beperkte de verspreiding zich hier tot beboste bergstreken. Door de grootschalige aanplant van naaldbomen kon de soort zijn areaal vanaf eind 19e eeuw sterk uitbreiden, tot in Nederland en West-Frankrijk. Het leefgebied bestaat uit bos van variabele leeftijd, waar vooral in jongere naaldhoutopstanden wordt gefoerageerd op kolonies van houtmieren. Daarnaast worden ook poppen, larven en volwassen exemplaren van andere mierensoorten gegeten, alsmede de larven van in dood hout levende kevers. Om te broeden voldoet een enkele dikke boom met een weinig vertakte en gladde hoofdstam (Rolstad et al. 1998, 2000). In Nederland is dat doorgaans een beuk, Amerikaanse eik of grove den. Wanneer er niets tegenzit, leggen Nederlandse Zwarte Spechten eieren in de eerste weken van april. Niet zelden echter wordt de nestholte vlak voor de eileg ingepikt door een andere holenbroeder, meestal een Kauw. In dat geval wordt een andere holte opgezocht of gehakt en worden de eieren soms pas in mei gelegd. Na een dag of twaalf komen de 2-5 eieren uit en de jongen verlaten op een leeftijd van ongeveer vier weken de nestholte.

Bron

Auteur(s)

Manen, W. van

Publicatie