Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Grote bonte specht Dendrocopos major

Foto: Hans van der Meulen

Indeling

Dendrocopos [genus]
(1 soorten in totaal / 1 gevestigd)
major [soort] (2/1)

Indeling

Dendrocopos [genus]
(1 soorten in totaal / 1 gevestigd)
major [soort] (2/1)

De Grote Bonte Specht bewoont vrijwel geheel Europa en de verspreiding loopt via de taiga­gordel door tot diep in Azië. In Europa ontbreekt hij alleen boven de boomgrens in het uiterste noorden, in Ierland, IJsland en een deel van Spanje. De soort broedt in bijna alle landschapstypes, vooropgesteld dat er voldoende bomen voorkomen. Of dat naald- of loofbomen zijn, lijkt van weinig belang. Grote Bonte Spechten foerageren bovenal in kruinen van bomen, waardoor bos al op jeugdiger leeftijd geschikt kan zijn dan voor andere spechtensoorten het geval is. In naald- en gemengd bos wordt een groot deel van het jaar (oktober-april) geleefd van de zaden van naald­bomen, die met grote vaardigheid uit de kegels worden gehakt. In de zomer staan tevens allerlei boombewonende insecten op het menu, evenals eieren en kleine jongen van zangvogels. Om te broeden wordt een holte uitgehakt of een bestaande holte gebruikt in een levende of dode boom, op een hoogte van een halve meter of meer. De meestal 5-7 eieren worden gelegd in de laatste decade van april en de eerste van mei. Vanaf half mei zijn in het nest bedelende jongen te horen; ze worden voornamelijk gevoerd met boombladetende rupsen en vliegen uit vanaf begin juni.

Bron

Auteur(s)

Manen, W. van

Publicatie