Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Eider Somateria mollissima

Foto: Hans van der Meulen

Indeling

Anatidae [familie]
Somateria [genus] (2/1)
mollissima [soort]

Eiders broeden langs de kusten van noordelijk Eurazië en Amerika. In de loop van de 20e eeuw is de broedpopulatie van Waddengebied en Oostzee sterk gegroeid, waarschijnlijk een herovering van door menselijke overexploitatie verloren gegaan broedgebied. De Nederlandse Waddenzee vormt momenteel de zuidelijkste Europese broedplaats van belang. Eiders leven hier vooral van mossels en kokkels en in mindere mate nonnetjes, alikruiken, strandkrabben en zeesterren. In de Noordzee vormt de gewone strandschelp de belangrijkste prooi. De nesten liggen dicht bij zee in helmpollen of andere hoge grassen, onder struweel en soms ook geheel open en bloot op kwelders en in duinen. Deze gebieden worden gewoonlijk gedeeld met andere grondbroeders zoals meeuwen. Eidervrouwtjes broeden hun leven lang op dezelfde plek en trekken daar nooit ver vandaan. De mannetjes, waarmee ‘s winters op zee een paarband ontstaat, kennen zo’n plaatstrouw niet. De broedtijd valt van april tot in juni. Het vrouwtje trekt direct na de uitkomst van het laatste ei met de jongen naar zee. De beschikbaarheid van voldoende voedsel - speciaal kleine kokkels en mossels - is bepalend voor de levenskansen van de jongen. In jaren waarin voedsel schaars is, vallen vrijwel alle kuikens ten prooi aan infectieziekten en predatie door meeuwen. Goede jaren zijn in het Waddengebied schaars, maar dit wordt gecompenseerd door een normaliter lange levensduur van adulte vogels (Swennen 1991).

Bron

Auteur(s)

Vergeer, J.-W., Dijksen, L.

Publicatie