Overslaan en naar de inhoud gaan

Vuursalamander Salamandra salamandra

Foto: Marlies Bakker

Indeling

Salamandra [genus]
(1 soorten in totaal / 1 gevestigd)
salamandra [soort] (1/1)

Beschrijving

De vuursalamander is een relatief grote, fors ontwikkelde salamander. De in Nederland voorkomende ondersoort Salamandra salamandra terrestris wordt gemiddeld 16 cm. De maximale lengte van een Nederlandse vuursalamander is gemeten bij een vrouwtje: 20,2 cm (Bunderbos; Rob Gubbels eigen waarneming). Vrouwtjes worden doorgaans iets groter dan mannetjes. Het gewicht van vrouwtjes bedraagt gemiddeld ruim 20 g, terwijl mannetjes daar enkele grammen onder blijven. Vrouwtjes zijn kort voor het afzetten van de larven gemiddeld 28 tot 31 g.

Herkenning

Door de forse lichaamsbouw, het opvallende kleurenpatroon en de aanwezigheid van parotoïden op de kop zijn volwassen vuursalamanders vrijwel niet te verwarren met de inheemse watersalamanders.

De larven van de vuursalamander zijn te onderscheiden van die van watersalamanders door de gele bandjes aan de basis van de poten. Verder zijn de stompe staart en de relatief grote kop en forse gedrongen kieuwen opvallende kenmerken. Verwarring kan soms ontstaan tussen larven van de vuursalamander en neotene flavistische Alpenwatersalamanders (een uiterst zeldzaam verschijnsel), vooral wanneer de vuursalamanderlarven de metamorfose bijna hebben voltooid. Zowel qua grootte als kleur is er dan overeenkomst tussen beide soorten (Rob Gubbels eigen waarneming). De gele bandjes aan de pootaanzet van vuursalamanderlarven bieden echter onmiddellijk uitsluitsel.

Zie ook de determinatiesleutels in Van Diepenbeek & Creemers (2006).

De dieren hebben een rond lichaam met rolronde poten en staart. De kop is relatief vlak en breed. Karakteristiek voor de vuursalamander zijn de fors ontwikkelde parotoïden (concentraties van klieren) op de kop. Ook elders op het lichaam zijn klieren aanwezig. De klieropeningen zijn behalve in de parotoïden ook goed zichtbaar op de rug. Hier zijn, vanaf de kop tot op de staart, twee rijen poriën aanwezig. De vuursalamander heeft een opvallend kleurpatroon. De ondersoort terrestris heeft op de bovenzijde van het zwarte lichaam twee meer of minder frequent onderbroken gele lengtestrepen. De eerste twee à drie jaar na de metamorfose is het strepenpatroon nog aan veranderingen onderhevig. De dieren kunnen dan zelfs gevlekt zijn. Hierna wijzigt het patroon nauwelijks meer en zijn de dieren individueel herkenbaar (Klewen 1985, Thiesmeier 1990a, Thiesmeier & Günther 1996). (Eiselt 1958, Feldmann & Klewen 1981, Gubbels 1988a, Gubbels 1988b, Wisniewski & Wisniewski 1998). De onderzijde van de vuursalamander is meestal blauwgrijs met één of enkele (fletse) gele vlekken. Op de keel bevindt zich vaak een duidelijke gele halvemaanvormige vlek. Ook op de poten, tenen, parotoïden en ogen bevinden zich meestal gele vlekken. Aan de basis van de poten is een geel bandje aanwezig. Het geslachtsonderscheid is buiten de voortplantingstijd vrij moeilijk. Bij frequente waarneming van vuursalamanders zijn relatieve kenmerken als de langere voorpoten en staart bij mannetjes en de vorm van de cloaca - iets meer gewelfd bij mannetjes en afgevlakt bij vrouwtjes - redelijk bruikbaar, maar niet 100% betrouwbaar. In de paartijd zijn de mannetjes goed te herkennen aan de sterk verdikte cloaca. Drachtige vrouwtjes vallen duidelijk op door het sterk verdikte lichaam.

Pasgeboren larven hebben een lengte van 2,5-3,5 cm. Ze zijn grijsbruin en over het hele lichaam bedekt met kleine donkere vlekjes. Het (licht)gele bandje aan de basis van de pootjes is al duidelijk waarneembaar. De larven hebben een relatief grote kop, forse kieuwen en een stompe staart. Vlak voordat ze het land op gaan, zijn de toekomstige gele vlekken als bruingele kleurschakeringen goed zichtbaar. Ze zijn dan ongeveer 5,5 cm lang. Overwinterende larven kunnen een lengte van circa 7,5 cm bereiken (Thiesmeier 1990a, Thiesmeier & Günther 1996).

Bron

Auteur(s)

Gubbels, R.E.M.B.

Publicatie

  • Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.