Overslaan en naar de inhoud gaan

Italiaanse kamsalamander Triturus carnifex

Indeling

Salamandridae [familie]
Triturus [genus] (2/2)
carnifex [soort]

Jaarritmiek

Over de levenswijze van de Italiaanse kamsalamander in Nederland is weinig bekend, maar vermoedelijk is deze grotendeels gelijk aan die van de kamsalamander. Volwassen dieren zijn vanaf maart tot zeker in mei in de voortplantingswateren te vinden (Vleut & Bosman 2005). In augustus zijn volwassen, subadulte en juveniele dieren op het land te vinden (eigen waarnemingen). In hun natuurlijke verspreidingsgebied is dit veelal hetzelfde. In Noord- en Midden-Italië gaan ze in maart-april in het water en verblijven er tot eind juli. Na een landfase in de zomer overwinteren ze vaak weer in het water. Sommige dieren blijven zelfs het hele jaar in het water (Fasola & Canova 1992b). In Oostenrijk zijn de dieren actief van maart (soms al februari) tot en met oktober (soms nog in november) en larven worden gevonden van eind april tot begin oktober (Cabela et al. 2001). In het zuiden van Italië planten ze zich in laaggelegen gebieden in de winter voort en houden geen winterrust maar een zomerrust (aestivatie). Ze worden in Zuid-Italië ook boven de 1200 m aangetroffen en planten zich dan in het voorjaar voort (Bogaerts & Pasmans 2005). De Italiaanse kamsalamander zou gemiddeld korter in het water verblijven dan andere kamsalamanders (Arntzen & Wallis 1999). Het uitdrogen van de voortplantingswateren in grote delen van hun natuurlijke areaal kan daarvan de oorzaak zijn. Anderzijds zijn er populaties op de Balkan die het hele jaar door in het water verblijven. ’s Zomers droogt de landhabitat daar zodanig uit dat de kans op overleven voor de dieren zeer klein is (Cvetkovic et al. 1996).

Legselgrootte, groei en leeftijd

Vrouwtjes leggen ongeveer 200-400 eieren. De larven voltooien de metamorfose met een lengte van circa 7 cm (Griffiths 1996). Mannetjes zijn na twee tot drie jaar en vrouwtjes na twee tot vier jaar geslachtsrijp (Arntzen 2003, Griffiths 1996, Kalezic & Djorovic 1998). De oudst bekende Italiaanse kamsalamander uit het wild is 18 jaar (Campolongo et al. 1989). De ontwikkeling van ei tot larf en de afzet van eieren is schitterend getekend en beschreven door Rusconi (1821).

Voedsel

Het voedselpatroon van Italiaanse kamsalamanders wijkt vermoedelijk nauwelijks af van dat van andere soorten kamsalamanders (zie Arntzen 2003).

Predatoren

Vermoedelijk gelden voor de Italiaanse kamsalamander grotendeels dezelfde predatoren als voor de kamsalamander (zie Arntzen 2003).

Gedrag

Het balts- en paargedrag van de Italiaanse kamsalamander wijkt nauwelijks af van dat van de kamsalamander (Arntzen 2003).

Andreone (1985) beschrijft het afweergedrag van de Italiaanse kamsalamander dat grotendeels overeenkomt met dat van de kamsalamander. De dieren krullen hun staart over de rug en laten de oranje onderkant van de staart zien.

Verplaatsingen

Voor kamsalamanders is een gemiddelde uitbreiding van 1 km per jaar berekend (Arntzen & Wallis 1991). Over de werkelijke dispersie zijn geen data bekend, alhoewel aangenomen mag worden dat de Italiaanse kamsalamander dezelfde afstanden als de kamsalamander kan overbruggen. Voor Italiaanse kamsalamanders is aannemelijk gemaakt dat rivieren een barrière kunnen zijn (Arntzen & Thorpe 1999).

Bijzonderheden

In gevangenschap zijn flavistische dieren bekend (zie foto in Bouwman & Bogaerts 2001). De Italiaanse kamsalamander is een eenvoudig te houden en te kweken salamander (Engels 1998; Pasmans 1999), die ook als proefdier in laboratoria prima gedijt (Beebee & Griffiths 2000). Gekweekte exemplaren van deze soort mogen in Nederland in gevangenschap gehouden worden en kunnen voor educatieve doeleinden een goede vervanging zijn voor inheemse diersoorten. Neotenie is bekend van deze soort (Arntzen 2003, Griffiths 1996). Zoals bij alle kamsalamanders komt ook bij de Italiaanse kamsalamander door een genetische afwijking maar de helft van alle eieren uit (Macgregor & Horner 1980).

Bron

Auteur(s)

Bogaerts, S.

Publicatie

  • Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.