Overslaan en naar de inhoud gaan

Italiaanse kamsalamander Triturus carnifex

Indeling

Salamandridae [familie]
Triturus [genus] (2/2)
carnifex [soort]

Voorkomen

StatusExoot. Tussen 10 en 100 jaar zelfstandige handhaving. (2b)
Habitatland zoet
ReferentieTriturus carnifex, een nieuwe exoot in Nederland, Italiaanse kamsalamanders op de Veluwe
ExpertDelft, J.J.C.W. van (RAVON)

Areaal

Natuurlijke areaal

De Italiaanse kamsalamander komt voor in twee van elkaar gescheiden gebieden. Het ene omvat Zwitserland (Tessin), Oostenrijk (ten zuiden van de Donau), het uiterste zuiden van Duitsland, het westen van Tsjechië en Hongarije, Slovenië, Kroatië en bijna heel Italië. Hier is de nominaatvorm T. c. carnifex aanwezig (Arntzen 2003, Grosse & Günther 1996). Op de Balkan komt de ondersoort T. c. macedonicus voor in Servië, Montenegro, Bosnië, Macedonië en Noord-Griekenland (Arntzen & Wallis 1999). Recent is voorgesteld om deze ondersoort als aparte soort (T. macedonicus) te beschouwen (Arntzen et al. 2007). In Zuid-Kroatië en Noord-Servië ontbreken Italiaanse kamsalamanders.

De Italiaanse kamsalamander wordt in Italië gevonden tot een hoogte van 1980 m, maar de gemiddelde hoogte ligt rond 500 m (Andreone & Marconi 2006). In Oostenrijk liggen de meeste vindplaatsen op 200-600 m, met een hoogste vindplaats op 1450 m (Cabela et al. 2001). In Griekenland is de soort tot een hoogte van 2000 m gevonden (Arntzen 2003).

Op enkele plaatsen in Duitsland (Beieren), Oostenrijk en Tsjechië komt de soort samen voor met de kamsalamander. Hier komen ook natuurlijke hybriden voor (Arntzen 2003, Grosse & Günther 1996, Thiesmeier & Kupfer 2000).

Buiten het natuurlijke areaal

De Italiaanse kamsalamander is geïntroduceerd in Portugal, Engeland, Zwitserland, Duitsland, Frankrijk en Nederland waar deze zich overal goed handhaaft (Arntzen 2003, Bogaerts 2002, Franzen et al. 2002). Dit toont aan dat deze soort zich goed kan aanpassen aan nieuwe omstandigheden.

In Portugal is de Italiaanse kamsalamander geïntroduceerd op het eiland São Miguel (Azoren). De populatie heeft zich uitgebreid vanuit het Lagoa de Congro over een oppervlakte van 10 bij 20 km over het hele centrale gebergte van het eiland, waar de talrijke bronnen en veedrinkpoelen als voortplantingswater worden gebruikt en in totaal 46 vindplaatsen bekend zijn (Malkmus 1995, 2004). De populatie heeft zich sterk ontwikkeld, mogelijk omdat er geen andere salamander als concurrent aanwezig is.

In Engeland zijn populaties aanwezig in Surrey en Birmingham (Beebee & Griffiths 2000). Daar zijn Italiaanse kamsalamanders op grote schaal geïmporteerd voor de dierenhandel en laboratoria. De populatie in Birmingham heeft zich in ieder geval over een afstand van 600 m uitgebreid naar andere tuinvijvers. De populatie in Surrey is nader onderzocht om na te gaan in hoeverre de kamsalamander werd verdrongen door de Italiaanse kamsalamander (Brede et al. 2000). Dit onderzoek toonde aan dat er weliswaar hybridisatie tussen beide soorten plaatsvindt, maar dat er geen aanwijzingen zijn dat de hybriden of de Italiaanse kamsalamander zich verder in de omgeving uitbreiden. Mogelijk kunnen zij niet concurreren met de inheemse soort, die er met sterke populaties voorkomt. Ook kan de verminderde vruchtbaarheid van de hybriden in het nadeel werken van de Italiaanse kamsalamander (Beebee & Griffiths 2000).

In 1990 of 1991 zijn in het Duitse Isen (Beieren) 100-200 oudere larven van één paartje uitgezet en inmiddels is de populatie uitgegroeid tot meerdere honderden volwassen exemplaren verspreid over meerdere poelen (Franzen et al. 2002). In Zwitserland en Frankrijk bevinden zich populaties in de vlakte van Genève. Genetisch onderzoek toont aan dat de meest waarschijnlijke herkomst het Italiaanse Toscane is (Arntzen 2001). De kamsalamander komt in de vlakte van Genève eveneens van oorsprong voor. Er is een duidelijke afname van kamsalamanderpopulaties aangetoond, van 22 populaties in 1975, naar 11 in 1987 en zeven in 1997 (Arntzen & Thorpe 1999). De eerste museumgegevens die de aanwezigheid van de Italiaanse kamsalamander aantonen gaan terug tot 1908, maar exacte informatie is niet voorhanden. De uitbreiding van de Italiaanse kamsalamander is in dit gebied duidelijk veel langzamer dan de 1 km per jaar die geconstateerd is bij de verdringing van de marmersalamander T. marmoratus door de kamsalamanderin West-Frankrijk (Arntzen & Wallis 1991). In Zwitserland is tussen 1987 en 1997 nauwelijks een verschuiving waargenomen. Arntzen & Thorpe (1999) wijzen er dan ook op dat de verandering van het landschap en de verstoring van bestaande poelen veel belangrijkere factoren zijn voor de achteruitgang van de kamsalamander dan de invloed van de uitgezette Italiaanse kamsalamander. Beide onderzoeken tonen dus aan dat de Italiaanse kamsalamander de kamsalamander niet verdringt als er geen grote veranderingen in het landschap plaatsvinden.

Verspreiding in Nederland

Tot op heden is de verspreiding van Italiaanse kamsalamanders beperkt tot de Veluwe, grofweg in de driehoek Apeldoorn, Nunspeet en Epe (Bogaerts 2002, Flaes & Flaes 2005, Vleut & Bosman 2005). Het kerngebied lijkt te liggen ten westen van Vaassen. De oorsprong van deze salamanders is hoogstwaarschijnlijk een tuincentrum annex botanische vijvertuin ten westen van Vaassen, waar de dieren in de jaren 70 zijn verkocht en van waaruit ze kunnen zijn ontsnapt (Bogaerts 2002, Bogaerts et al. 2001). Bussink & Wolters (2005) suggereren dat ze opzettelijk zijn uitgezet door hobbyisten die deze dieren in gevangenschap hielden.

De dieren zijn op het land gevonden rond Niersen, Wiesel, Hoog-Soeren, Gortel en het Loo (Bogaerts 2002, Bogaerts et al. 2001). Meer dan tien verschillende locaties zijn bekend. Lokaal is de soort talrijk. Bij drie verschillende bezoeken in respectievelijk juli 2000, augustus 2001 en augustus 2003, op een locatie ongeveer 3 km ten noordwesten van Apeldoorn, konden eenvoudig en in korte tijd meer dan tien exemplaren (adulten, subadulten en juvenielen) worden gevonden door stukken hout en dergelijke om te draaien. Op de Veluwe is in 2003 succesvolle voortplanting geconstateerd in een leemkuil ten noorden van de Echoput, ten westen van Apeldoorn (eigen waarnemingen). In het voorjaar van 2005 is er gericht onderzoek uitgevoerd op de Veluwe (Vleut & Bosman 2005). Hierbij zijn 44 poelen en vennen bemonsterd (van maart tot eind mei) in het gebied waar de landvondsten zijn gedaan. In slechts vijf poelen werden daadwerkelijk Italiaanse kamsalamanders aangetroffen. Deze voortplantingsplaatsen zijn in drie verschillende gebieden in te delen; twee poelen op het Kroondomein ten westen van Apeldoorn, een poel ongeveer 6,5 km noordelijker en twee poelen nog 4,5 km noordelijker op het landgoed Tongeren, waar de Italiaanse kamsalamander samen met de kamsalamander voorkomt (zie Flaes & Flaes 2005). De populaties in de Leemkuil bij Epe en die ten zuiden van Apeldoorn zijn wel ogenschijnlijk zuivere kamsalamanderpopulaties, waarin tot op heden geen dieren met gele rugstrepen zijn aangetroffen.

Het feit dat dit gebied slecht onderzocht is, is ook de belangrijkste reden dat de aanwezigheid van deze soort zo lang onopgemerkt is gebleven. Ook oudere meldingen van ‘kamsalamanders’ uit de omgeving van Apeldoorn kunnen dus betrekking hebben op de Italiaanse kamsalamander, doordat deze destijds niet als zodanig zijn herkend.

Verplaatsingen

Voor kamsalamanders is een gemiddelde uitbreiding van 1 km per jaar berekend (ARNTZEN & WALLIS 1991). Over de werkelijke dispersie zijn geen data bekend, alhoewel aangenomen mag worden dat de Italiaanse kamsalamander dezelfde afstanden als de kamsalamander kan overbruggen. Voor Italiaanse kamsalamanders is aannemelijk gemaakt dat rivieren een barrière kunnen zijn (ARNTZEN & THORPE 1999).

Bron

Auteur(s)

Bogaerts, S.

Publicatie

  • Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft 2009. De amfibieĆ«n en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.