Overslaan en naar de inhoud gaan

Kamsalamander Triturus cristatus

Foto: Petra Fleurbaaij

Indeling

Salamandridae [familie]
Triturus [genus] (2/2)
cristatus [soort]

Beschrijving

De kamsalamander is de grootste Nederlandse watersalamander. De lengte (inclusief staart) van volwassen kamsalamanders is meestal 11-15 cm, waarbij de mannetjes vaak net iets kleiner blijven dan de vrouwtjes. Er zijn vrouwtjes bekend van 18 cm (Arntzen 2003, Grosse & Günther 1996, Van Delft & Van Rijsewijk 2004). Het gewicht van mannetjes is 5-12 g, van vrouwtjes 5-15 g (Grosse & Günther 1996). De schaarse gegevens wijzen op geografische verschillen in groeisnelheid tussen populaties uit verschillende delen van Europa (Arntzen 2000).

De staart is ongeveer net zo lang als het lichaam en zijdelings afgeplat. De ogen aan weerszijden van de weinig uitgesproken kop zijn relatief klein en hebben een duidelijk gele iris. De keel is onregelmatig zwart-geel gevlekt met kleine witte stippen. De buik is glad en oranjegeel of oranje met zwarte vlekken. De tenen zijn zwart met een gele bandering. De rug en flanken zijn donkerbruin tot zwart en hebben een ietwat ruwe structuur. Het onderste deel van de flanken is bezaaid met kleine witte stippen. De mannetjes hebben in de voortplantingstijd een hoge, min of meer egaal gekleurde donkere rug- en staartkam, alsmede een spits toelopende parelmoer gekleurde band over de staart. Deze band kan reeds in het najaar opvallend aanwezig zijn. De kam is op de rug sterk getand, min of meer onderbroken ter hoogte van de achterpoten en op de staart gewelfd of licht getand. De tanding van de kam wordt met toenemende ouderdom steeds onregelmatiger (Baker & Halliday 2000). Bij volwassen dieren in de landfase zijn de geslachten te onderscheiden aan een gele staartonderzijde bij vrouwtjes en een donkere staartonderzijde met gele vlek direct achter de cloaca bij mannetjes. Bij juvenielen kunnen de donkere vlekken op de buik vrijwel afwezig zijn. Naarmate de dieren ouder worden neemt het aantal en de omvang van de donkere vlekken op de buik toe, totdat mogelijk de oranjegele achtergrond vrijwel geheel verdwenen is. De kamsalamander leeft gewoonlijk in diepere wateren dan andere watersalamanders en de fel en contrastrijk gekleurde buik is in dit verband wel geïnterpreteerd als een waarschuwingssignaal van giftigheid om predatie door vis te voorkomen (Andreone 1985, Beebee 1980).

De roomwitte tot groenig witte eieren hebben een diameter van 1,9-2,4 mm en worden omgeven door een transparant, ovaal omhulsel van ongeveer 5 mm doorsnede. Net uitgekomen larven zijn 8-12 mm lang, lichtgeel van kleur met kenmerkende, parallelle donkere rugstrepen. De voorpoten ontwikkelen zich eerder dan de achterpoten. De ledematen met inbegrip van vingers en tenen zijn reeds bij jonge larven opvallend lang. De oudere larven ontwikkelen een uitgesproken staartzoom die eindigt in een lange, spitse punt. Het lichaam van de oudere larven is langs de staartzoom bezet met donkere vlekken en met een lichte markering aan de rand.

Herkenning

Volwassen kamsalamanders zijn gemakkelijk van de andere Nederlandse salamandersoorten te onderscheiden op basis van afmeting en kleurpatroon. Juvenielen, nog zonder buikvlekken, kunnen verward worden met volwassen exemplaren van de Alpenwatersalamander. Opvallende kenmerken van larven zijn de zeer lange ledematen en tenen, de spits toelopende staart en de aanwezigheid van grote zwarte vlekken aan de staartzoom. Eieren zijn te onderscheiden van die van andere soorten watersalamanders aan hun grootte, vorm en egale witachtige kleur.

Op de oostelijke Veluwe komt tegenwoordig een geïntroduceerde populatie voor van de nauwverwante maar uitheemse Italiaanse kamsalamander (Bogaerts 2002, Bogaerts et al. 2001, Vleut & Bosman 2005). Het onderscheiden van beide soorten is niet gemakkelijk, temeer daar het voorkomen van kruisingen niet uitgesloten kan worden (Arntzen & Thorpe 1999, Brede et al. 2000). Naast een ietwat krachtiger bouw heeft de Italiaanse kamsalamander een gele of oranjegele buik met grote, afgeronde maar vaag begrensde donkere vlekken. Jonge en vrouwelijke exemplaren kunnen in het bezit zijn van een duidelijke gele of geelgroene rugstreep. De typische witte stipjes op de flanken van de kamsalamander komen bij volwassen exemplaren van de Italiaanse kamsalamander zelden voor. De huid van de laatste is relatief glad en vaak wat lichter van kleur dan die van de kamsalamander (Grosse & Günther 1996, Vleut & Bosman 2005).

Zie ook de determinatiesleutels in Van Diepenbeek & Creemers (2006).

Bron

Auteur(s)

Smit, G.F.J, Arntzen, J.W.

Publicatie

  • Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.