Overslaan en naar de inhoud gaan

Kamsalamander Triturus cristatus

Foto: Petra Fleurbaaij

Indeling

Salamandridae [familie]
Triturus [genus] (2/2)
cristatus [soort]

Begeleidende soorten

Met name de algemene amfibieënsoorten worden veel bij de kamsalamander aangetroffen, met een opvallend hoge score voor de kleine watersalamander. Deze soort is vrijwel altijd wel te vinden op of nabij een vindplaats van de kamsalamander. Beide soorten prefereren matig voedselrijke en zonnig gelegen wateren. De poelkikker is zowel in het rivierengebied, als in het kleinschalig cultuurlandschap en in licht verrijkte vennen een karakteristieke begeleider van de kamsalamander.

Voedsel

Kamsalamanders zijn weinig kieskeurig in hun voedselkeuze, dat wil zeggen de prooi wordt in ongeveer dezelfde verhouding gegeten als het aanwezige aanbod. In het water eten ze ‘macrofauna’, zolang het formaat van de prooi niet te groot is (Avery 1968, Dolmen & Koksvik 1983, Kühlhorn 1959). De dieren oriënteren zich bij het foerageren vooral op zicht en reuk met achtereenvolgens de volgende handelingen: vinden, fixatie, benaderen en toehappen (Himstedt & Schaller 1966, Margolis 1976). Niet bewegende prooien worden ook gegeten (Cooke & Fulford 1971, Matthes 1924). Naast macrofauna staan volwassen watersalamanders, kikkerlarven, eieren uit eiklompen en bloedzuigers (genus Erpobdella) op het menu (Griffiths & Mylotte 1987, Grosse & Günther 1996, Hagström 1971, Klöppel 1999). Larven van gewone pad en rugstreeppad, die door andere soorten worden genegeerd, worden soms gegeten (Cooke 1974, Heusser 1971a). Ook vertonen de dieren kannibalisme (Grosse & Günther 1996, Lác 1957, Terentev & Chernov 1949). Het eten van eieren van de eigen soort komt ook voor, waarschijnlijk vooral onder vrouwtjes (Arntzen 1988, Kühlhorn 1959). Op het land voeden kamsalamanders zich gewoonlijk met regenwormen, slakken en insecten (Falkner 1970, Grosse & Günther 1996). De larven voeden zich met onder andere watervlooien, roeipootkreeftjes, insectenlarven en de larven van andere soorten watersalamanders (Avery 1968, Babik 1998, Grosse & Günther 1996, Griffiths et al. 1994, Herrmann 1988, Kuzmin 1999). Volwassen dieren houden zich vooral op de bodem op en foerageren vanaf daar (Braz & Joly 1994, Dolmen 1983, Griffiths & Mylotte 1987). De larven hangen in de waterkolom of houden zich op tussen de vegetatie.

 Predatoren

Predatie op volwassen dieren is bekend van bijvoorbeeld de ringslang en bunzing (Gleed-Owen 1994, 1996). Verschillende vogels zoals eenden, ganzen, ooievaars, blauwe reigers, meeuwen en bosuilen eten kamsalamanders (Kabisch & Belter 1968) en er zijn waarnemingen bekend van ijsvogels met gevangen kamsalamanderlarven (Veith 1996a). De belangrijkste predatoren van kamsalamanderlarven zijn libellenlarven, de larven en volwassen dieren van de geelgerande waterkever en vissen zoals stekelbaarzen (McLee & Scaife 1992).

Bron

Auteur(s)

Smit, G.F.J, Arntzen, J.W.

Publicatie

  • Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.