Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Vroedmeesterpad Alytes obstetricans

Foto: Cornelis van Eykelen

Indeling

Alytidae [familie]
Alytes [genus] (1/1)

Begeleidende soorten

De vroedmeesterpad is de enige soort die de geelbuikvuurpad als karakteristieke begeleider heeft. Beide komen in Limburg bij voorkeur voor in warme, stenige en dynamische habitats.

De bruine kikker is vrijwel altijd aanwezig op vindplaatsen van de vroedmeesterpad, op de voet gevolgd door andere algemene amfibieënsoorten en de in Zuid-Limburg algemene Alpenwatersalamander. De in Zuid-Limburg wijd verspreide levendbarende hagedis en hazelworm zijn de begeleidende reptielensoorten.

Daan (1963) vond tijdens zijn onderzoek de vroedmeesterpad in het gezelschap van Alpenwatersalamander, kleine watersalamander, geelbuikvuurpad en bruine kikker. Feldmann (1981) noemt voor het even ten oosten van Nederland gelegen Westfalen in afnemende volgorde: bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en Alpenwatersalamander.

Voedsel

Vroedmeesterpadden eten (nacht)vlinders, regenwormen, slakken, mieren, wantsen en (loop)kevers. Verder werden duizendpoten, sprinkhanen en vliesvleugeligen gevonden in buitenlands onderzoek (DESFOSSéS 1984, MEISTERHANS 1969). Larven voeden zich waarschijnlijk met zowel dierlijk als plantaardig materiaal.

Predatoren

Door hun nachtelijke levenswijze ontlopen adulte vroedmeesterpadden predatoren als reigers en eenden. Wel worden ze hierdoor vaker door uilen gevangen (GüNTHER & SCHEIDT 1996).

De eerste kwetsbare stadia van de larvale periode worden beschermd door de bijzondere broedzorg van het mannetje. Niet alleen is, op het moment dat ze in het water uitkomen, de lichaamslengte van de larven groter dan die van andere amfibieënlarven, ook zijn er dan minder volwassen watersalamanders in het water aanwezig. Larven hebben, naast deze salamanders, als voornaamste vijanden vissen, libellenlarven en waterkevers.

Daan (1964) en Desfossés (1984) menen dat larven en adulten beschermd worden door sterke huidgiffen. In meer recente literatuur wordt echter vermeld dat juist door het ontbreken van sterke huidgiffen de larven van de vroedmeesterpad worden gegeten door salamanders en kleine vissen die in poelen voorkomen. Deze predatoren kunnen dat in het algemeen echter alleen de eerste twee weken, omdat de larven daarna te groot zijn (BUCHHOLZ 1989).

Bron

Auteur(s)

Frissen, D.P.E.M. , Broek, T.G.Y. van den

Publicatie