Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Knoflookpad Pelobates fuscus

Foto: Jesper Berndsen

Indeling

Pelobatidae [familie]
Pelobates [genus] (1/1)
fuscus [soort]

Begeleidende soorten

Vanwege de zeldzaamheid van de knoflookpad kunnen geen karakteristieke begeleiders worden aangewezen.

Naast de algemene amfibieënsoorten zijn het vooral kamsalamander en poelkikker die opvallend vaak in kilometerhokken met knoflookpadden voorkomen. Zij zijn van bijna de helft van alle vindplaatsen bekend. De verspreiding van alle drie soorten concentreert zich op de hoge zandgronden en in het rivierengebied, waar zij vooral aanwezig zijn in matig voedselrijke tot voedselrijke, vaak stabiele wateren.

Voedsel

Bosman et al. (2003) onderzochten de maaginhoud van 81 knoflookpadden uit de Overasseltse en Hatertse Vennen. In maart en april waren de magen leeg (n = 23). Van de 58 in mei tot augustus onderzochte magen was 28% leeg; er waren er 42 met inhoud. Vergelijking met de andere in het gebied levende kikkers en padden leverde op dat de knoflookpad de minste, maar ook de grootste prooien at. Grote prooien als kevers, miljoenpoten en wormen domineerden het menu.

Buitenlands onderzoek naar maaginhouden bevestigt het beeld dat loopkevers, kortschildkevers en kniptorren belangrijke prooien kunnen vormen. Daarnaast werden regen¬wormen, spinnen en bladluizen aangetroffen. Ook keverlarven, duizendpoten, slakken, vlinders en vliegen vormen een relatief groot bestanddeel van het voedsel (JUSZCZYK 1987).

Afhankelijk van de grootte van de prooi wordt deze met de kaken of met de tong gepakt. Naarmate de prooidieren zich meer verzetten worden de voorpoten gebruikt om de prooi te controleren. De prooien worden met heftige slik- en schudbewegingen naar binnen gewerkt.

De larven van de knoflookpad eten in hun beginstadium veel algen. Ook dierlijk voedsel wordt in een later stadium door de larven niet vermeden; watervlooien, larven van sala¬manders maar ook aas worden genoemd (WOLTERSTORFF 1917). Sacher (IN NöLLERT & NöLLERT 1990) meldt dat larven van dode vis aten. Wanneer er voedseltekort ontstaat, kan kannibalisme onder larven van de knoflookpad optreden (WOLTERS¬TORFF 1917).

Predatoren

Nachtactieve vogels als uilen en kwakken prederen knoflookpadden. Wendland (1967) geeft aan dat de helft van de prooien van enkele bosuilen bleek te bestaan uit knoflookpadden. Ook dagactieve soorten, zoals wilde eend, blauwe reiger, buizerd, kokmeeuw en merel worden als predator genoemd. De wilde eend kan in korte tijd grote aantallen larven en net gemetamorfoseerde padjes verorberen (KABISCH & BELTER 1968, NöLLERT 1990). Ook van zoogdieren, zoals egel, wild zwijn en bunzing is bekend dat ze knoflookpadden prederen (BRIEDERMANN 1976, KöNIG & DIEMER 1992).

De ringslang is het enige inheemse reptiel dat volwassen padden predeert (WERNER 1908, WEBER 1961). Watersalamanders eten eieren en larven van kikkers en padden van slechts enkele dagen oud (NöLLERT 1990), waarschijnlijk dus ook van knoflookpadden. Ook van groene kikkers wordt gemeld dat ze larven en juvenielen van de knoflookpad kunnen prederen (FROMMHOLD 1956). Aangezien groene kikkers vooral boven water prederen, zal dit laatste vooral betrekking hebben op de juvenielen. Anders ligt dit bij de larven van kikkers en padden. Van rugstreeppadlarven is aangetoond dat ze ei¬snoeren van knoflookpadden eten (SACHER 1987A).

Larven van libellen en waterkevers en ook volwassen waterkevers zijn in staat om eieren en larven van de knoflookpad te prederen. Daarnaast kunnen ook waterslakken zich aan eisnoeren te goed doen (SACHER 1987B).

De aanwezigheid van vissen leidt vaak tot het mislukken van de reproductie van de knoflookpad. In het Rauwven in Noord-Brabant is de knoflookpad uitgestorven door introductie van de Amerikaanse zonnebaars (BOSMAN 2005). Ook vissen als zeelt, blankvoorn, karper, driedoornige stekelbaars en tiendoornige stekelbaars worden genoemd als predatoren van eieren en larven (CREEMERS & CROMBAGHS 1995).

 

Bron

Auteur(s)

Eijk, J. van, Creemers, R.C.M., Crombaghs, B.

Publicatie

  • Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.