Overslaan en naar de inhoud gaan

Grote narcisvlieg Merodon equestris

Foto: Bert Oving

Indeling

Syrphidae [familie]
Merodon [genus] (7/1)
equestris [soort]

De imago’s vliegen over en tussen lage kruidenvegetaties en bezoeken veel bloemen. Mannetjes hebben een, twee of zelfs drie territoria, die ze vanaf uitkijkposten overzien. Ze maken regelmatig patrouillevluchten en verdedigen de territoria door andere insecten te verjagen (Fitzpatrick & Wellington 1983). De verschillende kleurvormen paren onderling zonder voorkeur. Vrouwtjes beginnen gemiddeld vanaf hun vierde levensdag met de eileg (Barkemeyer 1994). Voor de eileg klimt het vrouwtje langs de bloemstengel omlaag om bij de bodem te inspecteren of de bloembol geschikt is (vermoedelijk ruikt ze dit). De totale levensduur van een imago ligt tussen 3-12 dagen (Conn 1976b).

De eieren, meestal een per plant, worden aan de basis van de bladeren van de gastplant gelegd, of in de aangrenzende bodem (Barkemeyer 1994). Ze komen na circa tien dagen uit (Hartley 1961). De larve leeft in bloembollen en is gemeld uit een groot aantal bolgewassen, hoewel een deel van deze meldingen mogelijk betrekking heeft op andere Merodon-soorten. De larve is met zekerheid bekend uit de bollen van diverse bolgewassen, zoals amaryllis, sneeuwklokje, hyacint, ismene en narcis (Hurkmans & De Goffau 1995, Rotheray 1993). Na vier maanden is de larve volgroeid; hij brengt de winter door in de bol (Barkemeyer 1994, Kabos 1939). Aan het eind van de winter kruipt hij de bol uit om in de grond te verpoppen. De popfase duurt 3-4 weken (Hartley 1961). Merodon equestris kan flinke schade veroorzaken in commerciële bloembollenteelt en wordt daarom bestreden (Barkemeyer 1994, Hurkmans & De Goffau 1995, Kabos 1939, Ritzema Bos 1885).

Bron

Auteur(s)

Reemer, M.

Publicatie