Overslaan en naar de inhoud gaan

Spits elfje Melangyna cincta

Foto: Bert Oving

Indeling

Syrphidae [familie]
Melangyna [genus] (10/7)
cincta [soort]

De vliegen zijn voedselzoekend op beschaduwde plaatsen in de zoom van bossen en struikgewas en langs bospaden te vinden en bezoeken daar vooral schermbloemen, braam en bloeiende heesters. Mannetjes zijn sterk territoriaal. Ze zweven op zonnige plekjes op 2-5 meter hoogte, vaak met tientallen bijeen zonder weinig interactie te vertonen. Bij bossen met uitbundige ondergroei worden territoria ook vanaf de bladeren van struiken en kruiden verdedigd. De vliegen vertonen mogelijk trekgedrag (Gatter & Schmid 1990).

De larven zijn vooral gevonden op beuk, waar de soort leeft van de bladluis Phyllaphis fagi (Dušek & Láska 1962b). Ze zijn incidenteel gevonden op zomereik en esdoorn (Rotheray 1986a). Na het doorlopen van het laatste larvestadium gaat de larve in diapauze om in het volgende voorjaar te verpoppen en als vlieg tevoorschijn te komen. Een klein deel verpopt direct en vormt in dezelfde zomer de kleine tweede generatie. De larven zijn beschreven door Dušek & Láska (1962b). Eerdere beschrijvingen (Heiss 1938, Dixon 1960) hadden vermoedelijk betrekking op een Meligramma (Dušek & Láska 1962b).

Bron

Auteur(s)

Leij, L.J.J.M. van der

Publicatie