Overslaan en naar de inhoud gaan

Brede geelgerande waterroofkever Dytiscus latissimus

Foto: Bram Koese

Indeling

Dytiscinae [subfamilie]
Dytiscus [genus] (7/7)
latissimus [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatzoet
ReferentieDytiscidae. In: Catalogus van de Nederlandse kevers
ExpertCuppen, J.G.M.

De verspreiding van Dytiscus latissimus in Nederland wordt weergegeven in bovenstaande figuur.  Deze kaart is gebaseerd op het EIS-bestand van deze soort, dat door J. Huijbregts is samengesteld op basis van museumcollecties en literatuur, en met als aanvullingen hierop de waarneming van Van Dijk (2006) en van het huidige onderzoek. Uit de kaart blijkt dat D. latissimus vóór 1950 op de zandgronden van Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg bekend was van een vijftiental vindplaatsen. De biotoop was vermoedelijk in veel gevallen een ven, zoals bij enkele exemplaren op het etiket is aangegeven, bijvoorbeeld het Buismansven bij Gerwen (Noord-Brabant). De laatste waarneming uit deze gebieden stamt van Beegden (Limburg) uit 1958. Daarnaast is er een beperkt aantal waarnemingen bekend uit het Noord-Hollandse plassengebied van Ankeveen en ’s-Graveland, mogelijk uit petgaten of laagveenkanalen. De laatste waarneming is hier al meer dan een eeuw oud en dateert van 1894. De brede geelgerande waterroofkever Dytiscus latissimus is tot de herontdekking in 2005 twee maal in Drenthe waargenomen (Huijbregts 2003, Van Dijk 2006). De eerste waarneming betreft een vrouwtje in het ven Schurenberg in het Dwingelderveld (in de omgeving van Lheebroek), waar op 9 juli 1939 een vrouwtje werd verzameld door W. Beijerinck. Dit dier is bewaard gebleven en bevindt zich in de collectie van Naturalis te Leiden. Het tweede Drentse exemplaar, wederom een vrouwtje, werd begin augustus 1967 verzameld door E.J.P.J Mols in het Kolonieveen (ook wel Uffelterveen genoemd) met een schepnet (Mols 1967). Dit dier bevindt zich in de collectie van Alterra te Wageningen. Min of meer bij toeval werd in oktober 2005 in het Brandeveen een flesval uitgezet met kippenlever als aas. Na een week bleken hierin twee mannetjes van D. latissimus te zijn gevangen (Van Dijk 2006), welke reeds gestorven bleken te zijn. Beide exemplaren zijn opgenomen in de collectie van Naturalis. Voor Zuidwest-Drenthe wordt D. latissimus nu aangegeven voor drie dicht bijeen gelegen 5x5 kilometerhokken waar de soort tijdens het huidige onderzoek in vier vennen is waargenomen.

Bron

Auteur(s)

Koese, B.