Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Aziatisch lieveheersbeestje Harmonia axyridis

Foto: Henk van Woerden

Indeling

Coccinellinae [subfamilie]
Harmonia [genus] (2/2)
axyridis [soort]

Adulte Harmonia axyridis zijn grote, onbehaarde, sterk gewelfde lieveheersbeestjes met een gemiddelde lengte van 6,8 mm, met als uiterste waarden 5,4 en 7,8 mm (Cuppen et al. 2004). Grootte, tekening op de kop, en vooral die op halsschild en dekschilden is uiterst variabel. Met betrekking tot kleur en patroon van de dekschilden zijn maar liefst 124 aberraties beschreven (Mader 1926-1937). De in Nederland voorkomende aberraties zijn te herleiden tot drie basispatronen waaraan een verschillende genetische basis ten grondslag ligt. De meest voorkomende vorm in Nederland (H. axyridis f. succinea) heeft oranje of rode dekschilden met een (meestal oneven) aantal zwarte vlekken dat ligt tussen 0 en 19. Naast de gemeenschappelijke naadvlek aan de basis van de dekschilden zijn de overige vlekken gerangschikt in in vier dwarsrijen met respectievelijk 2, 3, 3 en 1 zwarte vlekken op elk dekschild, waarbij de middelste vlek in de eerste rij van drie meestal iets naar achteren is verschoven. Harmonia axyridis f. spectabilis is een frequente voorkomende aberratie met zwarte dekschilden en vier (oranje)rode vlekken, waarbij de voorste twee vlekken het grootst zijn en de achterste twee veel kleiner. In met name de voorste rode vlekken lopen van achteren uit vaak weer zwarte uitlopers naar voren. Harmonia axyridis f. conspicua is de minst aangetroffen aberratie in Nederland. Deze lijkt veel op de forma spectabilis maar mist de twee achterste rode vlekken op de dekschilden. Een zeer opvallende vorm is de forma equicolor waarbij het voorste tweederde deel van de dekschilden felrood is (met soms enkele kleine zwarte stipjes) en het laatste derde deel pikzwart. Deze vorm is maar heel weinig waargenomen. Zeer kenmerkend voor H. axyridis is een dwarse vouw of plooi (plica) juist voor de top van de dekschilden.

Deze plooi kan zeer opvallend en scherp zijn, maar in grofweg 15 % van de exemplaren is deze plica slechts zwak ontwikkeld of zelfs ontbrekend. Bij exemplaren met lichte dekschilden is het halsschild meestal wit met vier zwarte vlekken in een boog geplaatst boven het scutellum; zeer frequent zijn deze vlekken versmolten met elkaar en vergroot tot een zwarte M-vormige middenvlek. Bij de zwarte vormen is vaak het midden van het halsschild zwart en slechts de zijden wit.

De pop van H. axyridis is oranje van kleur met een min of meer uitgebreide zwarte tekening. Het laatste larvale vervellingshuidje blijft aan het achtereinde van de pop zitten, zoals normaal bij Coccinellidae. Opvallend hierbij zijn de languitstekende parascoli en scoli van het laatste larvenstadium.De larven van het vierde (laatste) stadium van H. axyridis vallen naast hun grootte op door twee- en drietoppige uitsteeksels (parascoli, scoli) op de dorsale en dorsolaterale zijden van de segmenten (Klausnitzer 2002). De larf is donker gekleurd. In het vierde stadium zijn de dorsale uitsteeksels op het eerste, vierde en vijfde achterlijfsegment, benevens de dorsolaterale en laterale uitsteeksels op de achterlijfsegmenten 1 tot en met 5 fel oranje van kleur; de rest van de larf is donker van kleur. Het kleurpatroon van het derde larvenstadium is nagenoeg hetzelfde. Bij de eerste twee larvale stadia, die beduidend kleiner zijn, ontbreekt de oranje kleur (vrijwel) geheel, deze larven zijn dus veel donkerder.

Bron

Auteur(s)

Cuppen, J.G.M.