Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Aziatisch lieveheersbeestje Harmonia axyridis

Foto: Henk van Woerden

Indeling

Coccinellinae [subfamilie]
Harmonia [genus] (2/2)
axyridis [soort]

Harmonia axyridis doorloopt, net als andere holometabole insecten, de volgende stadia: ei, vier larvenstadia, pop en adult. Onder gunstige omstandigheden kan de gehele levenscyclus in drie weken worden doorlopen. Lage temperaturen en een gering voedselaanbod hebben een vertraging van de cyclus tot gevolg. Onder laboratoriumcondities kunnen vrouwtjes per dag tot 30 eieren afzetten en in totaal meer dan 3500 eieren produceren, in veldsituaties waarschijnlijk de helft. Een larve van Harmonia consumeert 300 tot 400 bladluizen gedurende haar ontwikkeling, terwijl een volwassen vrouwtje voordat zij overgaat tot het afzetten van eieren ook nog meerdere honderden bladluizen consumeert. Volwassen kevers leven gemiddeld dertig tot negentig dagen, voor overwinterende dieren is ruim een half jaar normaal. Harmonia axyridis wordt in Europa algemeen beschouwd als een bivoltiene soort (Ongagna et al. 1993), maar tot 5 generaties per jaar is mogelijk (Katsoyannos et al. 1997). In de herfst (midden oktober tot eind november) migreren de volwassen kevers op warme, zonnige dagen naar hun overwinteringskwartieren, mogelijk daartoe aangezet door een relatief koude periode daaraan voorafgaande en/of een afnemende daglengte. Bij deze vluchten, die heel massaal kunnen zijn worden de kevers aangetrokken door boven de horizon uitstekende objecten, waarbij met name geïsoleerde, witte gebouwen aantrekkelijk zijn (Obata 1986). Door spleten en kieren kunnen de kevers massaal huizen, bunkers en ijskelders binnendringen om de overwintering door te brengen in grote clusters op vorstvrije schuilplaatsen. Meer natuurlijke overwinteringsplaatsen bevinden zich onder grote rotsblokken en in spleten onder boomschors. Tijdens de overwinteringsperiode teren de kevers op hun vetreserves.

De levenscyclus van Harmonia axyridis in Nederland is nog onvoldoende onderzocht. Er zijn laatste-stadiumlarven bekend van de periode juni tot begin november, met toppen in de aantallen in juni/juli en van eind augustus tot eind oktober. Dit wijst op het voorkomen van twee of, in gunstige jaren, mogelijk drie generaties per jaar.

Bron

Auteur(s)

Cuppen, J.G.M.