Overslaan en naar de inhoud gaan

Zestienstippelig lieveheersbeestje Tytthaspis sedecimpunctata

Foto: Bas van Hulst-Kuiper

Indeling

Coccinellinae [subfamilie]
Tytthaspis [genus] (1/1)

Indeling

Coccinellinae [subfamilie]
Tytthaspis [genus] (1/1)

Herkenning 2,5-3 mm. Makkelijk te herkennen aan de geel-beige dekschilden met op elk dekschild acht zwarte stippen waarvan de drie aan de zijkant verbonden kunnen zijn tot een golvende streep. Kan verward worden met het schaakbordlieveheersbeestje maar bij die soort zijn de stippen hoekig en ontbreekt de streep van verbonden stippen op de zijkant.

Voorkomen Vrij algemeen maar zeldzaam in Friesland, het noorden van Groningen en Flevoland en schaars in droge zandgebieden.

Biotoop Meestal in lage vegetatie in bermen, oevers, ruderaal terrein, parken en tuinen.

Activiteitsperiode adult Wordt het gehele jaar aangetroffen met een piek in het voorjaar (april/mei) en de zomer (augustus).

Overwintering In de lage kruidlaag, in bladstrooisel, op boomstammen, palen en muren, vaak in grote groepen van tientallen tot honderden exemplaren.

Voedsel Meeldauw, pollen, nectar.