Overslaan en naar de inhoud gaan

Boktorren Cerambycidae

Foto: Don-Alexander van Bergen

Indeling

Coleoptera [orde]
(4584 soorten in totaal / 4129 gevestigd)
Cerambycidae [familie] (134/86)
Cerambycinae [subfamilie] (41/23)
Lamiinae [subfamilie] (47/25)
Lepturinae [subfamilie] (33/28)
Necydalinae [subfamilie] (1/1)
Prioninae [subfamilie] (3/2)
Rosalia [genus] (1/0)
Spondylidinae [subfamilie] (8/7)

Indeling

Coleoptera [orde]
(4584 soorten in totaal / 4129 gevestigd)
Cerambycidae [familie] (134/86)
Cerambycinae [subfamilie] (41/23)
Lamiinae [subfamilie] (47/25)
Lepturinae [subfamilie] (33/28)
Necydalinae [subfamilie] (1/1)
Prioninae [subfamilie] (3/2)
Rosalia [genus] (1/0)
Spondylidinae [subfamilie] (8/7)

Levenswijze

Boktorren hebben, net als andere kevers, een levensloop met een volledige gedaanteverwisseling. Dat wil zeggen dat de larven in niets lijken op de volwassen dieren (imago’s). Tussen het larvale en volwassen stadium bevindt zich een popstadium, waarin de larve zich ontwikkeld tot volwassen kever. Boktorrenlarven zijn lichtgekleurde, wormachtige dieren, vaak met grote kaken. Anders dan de larven van vliegende herten en bladsprietkevers hebben zij geen duidelijke poten. Boktorren zijn echte vegetariërs. De larven van de meeste soorten eten hout en zijn bewoners van bomen, stammen, twijgen en wortels. Doordat hout bijna uitsluitend uit vezels bestaat en dus erg weinig voedingstoffen bevat, moeten de larven veel eten. Bij de meeste soorten duurt het larvale stadium daarom meerdere jaren, tot vijf jaar aan toe.

De larve van de ene soort boktor leeft uitsluitend in een specifieke boomsoort (de ‘waardboom’), terwijl die van een andere soort in allerlei verschillende houtsoorten gevonden kan worden. De meeste soorten beperken zich tot loofhout danwel naaldhout. Ook is er een grote variatie in de plaats van de boom waar de larve zich bevindt. Soms in de stam, soms in dikke zijtakken, soms in dunnere twijgjes en soms onder de grond in de wortels. Bijzonder is de huisboktor Hylotrupes bajulus, waarvan de larven in onze streken vooral in bewerkt hout voorkomen. Deze soort kan grote schade aanbrengen aan daken en andere houten constructies van huizen. Van een klein aantal soorten leeft de larve in meerjarige kruiden. Bij ons zijn distels de belangrijkste waardplant. Het determineren van de larven van boktorren is een specialistisch werk. Klausnitzer & Sander (1981) geven een tabel hiertoe.

Van sommige soorten zijn de volwassen kevers dol op bloemen, andere soorten treft men daar nooit. Sommige bloembezoekers worden beschermd door hun wespachtige uiterlijk (mimicry). Mimicry komt veel voor onder insecten die bloemen bezoeken. Omgekeerd worden andere soorten die zelden of nooit hun broedboom verlaten, vaak beschermd door een sterke schutkleur, waardoor zij op een stukje schors lijken. Dergelijke boktorren ziet men vaak pas wanneer zij lopen of bijvoorbeeld hun sprieten bewegen. Onder de niet-bloembezoekers is een heel aantal soorten dat vooral of uitsluitend in de schemer of in de nacht actief is. Van sommige soorten, zoals Acanthocinus en Plagionotus, zijn de mannetjes territoriaal, in de regel op potentiële broedbomen. Zij verdedigen de boomstam tegen andere mannetjes en proberen met langskomende vrouwtjes te paren. Veel bloembezoekende soorten zijn helemaal niet territoriaal. Zij paren veelvuldig op de bloemen.

De meeste boktorren kunnen vliegen, wat handig is om bloemen te kunnen vinden, de andere sekse te ontmoeten of om nieuwe gebieden te koloniseren. Voor grote soorten als Cerambyx moet het wel warm weer zijn, bij koud weer vallen zij soms vleugellam uit de boom. Enkele soorten, zoals Iberodorcadion, kunnen niet vliegen. Zij kunnen zich alleen lopend verplaatsen. Deze soorten zijn bijzonder gevoelig voor barrièrevorming door (snel) wegen en de aanleg van cultuurlandschap. Omgekeerd slagen andere soorten er juist in zich dankzij menselijk handelen te verplaatsen. Met hout en houtprodukten weten de larven zich te verspreiden. Chlorophorus glabromaculatus wordt bij ons vooral in noten meubels aangetroffen. Ook worden soms soorten uit andere werelddelen aangetroffen, zoals soorten van het genus Anoplophora in loofbomen en Chlorophorus annularis in bamboe.

Bron

Auteur(s)

Heijerman, Th., Zeegers, Th.

Publicatie