Overslaan en naar de inhoud gaan

Sparrenboktor Monochamus sutor

Foto: Theodoor Heijerman

Indeling

Lamiinae [subfamilie]
Monochamus [genus] (5/1)
sutor [soort]

Herkenning Grote (15-24 mm), zwarte tot zwartbruine boktor. Halsschild met zeer duidelijke zijdoorn. Dekschilden met variabel patroon van witte tot gele behaarde vlekjes; schildje geel behaard met in het midden een kale zwarte lengtestreep. Sprieten zeer lang, langer dan het lichaam; 1e sprietlid aan het uiteinde met een uitstulping; 3e sprietlid veel langer dan het 1e. Lastig te onderscheiden van Monochamus galloprovincialis. Bij die soort is het schildje vrijwel geheel behaard en slechts de voorkant van het midden kaal. Monochamus urussovii en M. sartor zijn groter en hebben het schildje geheel dicht behaard; Lamia textor heeft een niet behaard schildje, kortere sprieten waarvan het 3e lid even lang is als het 1e; Prionus coriarius heeft drie zijdoorns aan het halsschild en sterk gezaagde sprieten; Spondylis buprestoides heeft veel kortere sprieten en opvallend vooruitstekende kaken; Stictoleptura scutellata heeft een behaard schildje en geen zijdoorn aan het halsschild.

Voorkomen Niet inheems. Incidenteel geïmporteerd.

Biotoop In Nederland in geïmporteerd naaldhout.

Vliegtijd In Nederland het gehele jaar aan te treffen maar slechts in geïmporteerd hout.

Bron

Auteur(s)

Colijn, E.O.