Overslaan en naar de inhoud gaan

Zwartkopbaardloper Leistus terminatus

Foto: Dick Belgers

Indeling

Carabinae [subfamilie]
Leistus [genus] (5/5)
terminatus [soort]

Levenswijze

Nachtactief? Voortplanting in de zomer en herfst (Den Boer 1990). De larven ontwikkelen zich van oktober tot april. Mannetjes met uitgestoken penis werden gevangen van half juli tot in de tweede helft van december. Vrouwtjes met rijpe eieren werden tot in november waargenomen (Pb). De ontwikkeling van de pop duurt ca. 10 dagen, eind april-mei (Burmeister 1939). De totale ontwikkeling duurt 8 maanden. Het voedsel bestaat voor een groot deel uit springstaarten. De larve is opgenomen in de tabellen van Arndt (1991) en Luff (1993).

Dispersie: Macropteer (dimorf). In Scandinavië staat hij als brachypteer bekend (Lindroth 1945). In Denemarken is ongeveer 10% van de dieren macropteer. In Drenthe macropteer, echter met relatief kleine vleugels (Den Boer 1977). Desender (1986) noemde hem eveneens macropteer, maar heeft maar bij weinig individuen volledig ontwikkelde vliegspieren aangetroffen (Desender 1989a). Vliegwaarnemingen zijn nog niet bekend, maar vanwege de vroege waarnemingen in de jonge IJsselmeerpolders is het vliegvermogen zeer waarschijnlijk.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.