Overslaan en naar de inhoud gaan

Zwartblauwe baardloper Leistus fulvibarbis

Foto: Dick Belgers

Indeling

Carabinae [subfamilie]
Leistus [genus] (5/5)

Soort van vochtige bossen op kleigrond of veenbodem. Ook in binnenduinbossen. Het kaartbeeld is bijna complementair aan dat van L. rufomarginatus en L. spinibarbis. Ook in België komt de soort meer voor in gebieden met een hoogte onder de 200 m (Desender 1986). Luff (1998) typeerde hem voor de Britse Eilanden als een soort van vochtige tot natte bossen, die vooral in het noorden ook in duingebieden aan de kust gevonden wordt.

Vangpotten. Groep: D2 (24 series, 196 individuen). De hoogste dichtheden in bossen [17-20], met name in vochtig bos en struikgewas [22-23]. Eurytopie: 4 (PRES = 0,30 en SIM = 0,44). Bodem en Vocht: geen voorkeur. Begeleiders: Nebria brevicollis 91,7% (3,3%), Loricera pilicornis 70,8% (2,5%).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.