Overslaan en naar de inhoud gaan

Harige heidenachtloper Cymindis macularis

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Cymindis [genus] (4/4)
macularis [soort]

Dagactief. Voortplanting in de herfst (Larsson 1939, Lindroth 1945). Overwintering als larve. ‘Verse’ dieren in april en de voorzomer (Burmeister 1939, Lindroth 1945). Op grond van talrijke vangsten in Drenthe veronderstelde Den Boer (1977) echter voortplanting in het voorjaar en de zomer, waarbij hij zich de vraag stelde of het wellicht om twee groepen gaat. De larve is opgenomen in de tabellen van Arndt (1991) en Luff (1993).

Dispersie: dimorf. Volgens Den Boer (1977) brachypteer. Lindroth (1945) zag dieren met volledig ontwikkelde vleugels in Scandinavië. In Denemarken werden drie macroptere (21,4%) tegen elf brachyptere exemplaren gevonden (Bangsholt 1983), in België slechts twee macroptere dieren (3,3%) tegen 58 brachyptere (Desender 1986). Over de kwaliteit van vleugels en vliegspieren is niets bekend. Vliegwaarnemingen zijn bekend.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.