Overslaan en naar de inhoud gaan

Groefhalsfluweelloper Chlaenius sulcicollis

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Chlaenius [genus] (6/6)

Dagactief? Voortplanting in het voorjaar. Overwintering als imago op droge plaatsen, soms op grote afstand van de zomerbiotoop, bijvoorbeeld in droog grasland of naaldbos (Lindroth 1945). De migratie van zomer- naar winterbiotoop zou al in de loop van de zomer plaatsvinden (Assmann & Starke 1990). Volgens Burmeister (1939) en Lindroth (1945) werd hij ooit bij Szczecin (Stettin) in Polen in de herfst in aantal gevangen in de nabijheid van een rivier. Het ging hierbij om overwinterende dieren. De larve is onbekend.

Dispersie: macropteer. Gegevens over de kwaliteit van vleugels en vliegspieren ontbreken nagenoeg. Volgens Lindroth (1945) zijn de vleugels volledig ontwikkeld en is de soort ook in aantal vliegend waargenomen, eveneens bij Szczecin (zie boven). Ook in aanspoelsel aan de kust.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.