Overslaan en naar de inhoud gaan

Groene fluweelloper Chlaenius nitidulus

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Chlaenius [genus] (6/6)
nitidulus [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland
ReferentieCarabidae. In: Catalogus van de Nederlandse kevers (Coleoptera)
ExpertTurin, H.

Areaal

West-Palearctische soort. In Europa van Zuid-Zweden tot Noord-Spanje, Zuid-Italië en de Balkan. Ontbrekend in grote delen van het Alpengebied (Lohse 1975). Naar het oosten tot Estland, West-Siberië en de Kaukasus. Areaalkarakteristiek: 9, Nederland: (sub)marginaal.

Verspreiding in Europa

De Nederlandse kaart betreft de gegevens van Chlaenius nitidulus inclusief die van C. tibialis. De verspreiding van deze soorten zal worden gepubliceerd in Cuppen & Heijerman (in prep.) (edit EC 8-12-2014: Cuppen & Heijerman, 2001). In Nederland komen de meldingen van deze soorten voornamelijk in het midden van het land langs de Veluwezoom en het rivierengebied, in het oosten van Twente en de Achterhoek, in Noord-Brabant en Zuid-Limburg; bijna niet in het noorden van het land. Voor het merendeel betreft het hier oude vangsten. De noordgrens (van C. nitidulus) loopt wellicht door ons land. De informatie betreffende het voorkomen in het omliggend gebied heeft betrekking op C. nitidulus. Op de Britse Eilanden vroeger bekend van Oost-Sussex en het eiland Wight, maar deze eeuw slechts één keer waargenomen in 1930, aan de zuidkust van Engeland in Dorset (Luff 1998). Volgens de Rode Lijst van Hyman (1992) in Groot-Brittannië waarschijnlijk uitgestorven. In Denemarken slechts drie waarnemingen, die zeer waarschijnlijk betrekking hebben op zwervers (Bangsholt 1983). In Fennoscandië vanaf 1965, alleen op Gotland, wellicht gevestigd (Lindroth 1945, 1986). In Duitsland over het gehele gebied, maar zeer zeldzaam in het noorden en in Midden-Duitsland, iets algemener in het zuiden (Horion 1941), maar in de meeste gebieden op de Rode Lijst (Trautner & Müller-Motzfeld 1995). Niet op de faunalijsten van Bremen (Mossakowski 1991) en Berlijn (Barndt et al. 1991). Uit Westfalen van veel vindplaatsen bekend, echter weinig recente meldingen (Assmann & Starke 1990). In Midden-Europa in een groot gebied, maar met name in het noorden daarvan zeldzaam tot zeer zeldzaam. In Zwitserland in het westen en noorden, vanaf Genève tot aan de Bodensee en in Tessin (Marggi 1992). In Italië van Piemonte tot Calabrië (Magistretti 1965) en in het grootste deel van Frankrijk (Bonadona 1971). In België verbreid in een groot gebied in het centrale deel van het land, maar, evenals bij ons, merendeels oude waarnemingen (Desender 1986), in Vlaanderen als bedreigd op de Rode Lijst (Desender et al. 1995); mogelijk betreft het hier ten dele ook C. tibialis.

Status: in Nederland en het omliggend gebied is het aantal waarnemingen sterk tot zeer sterk achteruitgegaan (Desender & Turin 1986, 1989, Vergelijk Assmann & Starke 1990).

bewerkt EC, 12-12-2014
Deze soort komt in Nederland alleen voor in Zuid-Limburg (Muilwijk & Felix, 2004; 2014).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.