Overslaan en naar de inhoud gaan

Gladde schallebijter Carabus glabratus

Indeling

Carabinae [subfamilie]
Carabus [genus] (16/15)
glabratus [soort]

In onze streken vooral een bossoort van het middelgebergte. Zeldzaam in het laagland, volgens Burmeister (1939) van 300-2500 m, maar in de Noord-Duitse laagvlakte een kenmerkende soort van oude, grote boscomplexen en direct aansluitende jongere bossen (Assmann 1995). Blijkens een onderzoek in een aantal oude en jonge bosfragmenten in het gebied van de Lüneburgerheide, bleek de genetische differentiatie gering (Vogt & Assmann 1995). In Zwitserland in het heuvelland en montane gebied tot ca. 1300 m in het noorden van het land, tot subalpien, ca. 1600 m in Tessin; vooral op de noordhellingen van de Alpen, zelden buiten het bos (Marggi 1992). Hij komt voor in verschillende bostypen. In het noorden in lager gelegen gebieden beperkt tot zeer donkere en vochtige bostypen, in de bergen talrijker en ook in meer open terreinen (Lindroth 1985). Op de Britse Eilanden in heuvel- of bergachtig gebied, in bossen, maar ook in open terreinen (Luff 1998). In Midden-Europa ook in beukenbossen. Dominante soort in de taiga van Noord-Rusland (OK).

Vangpotten. Niet gevangen.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.