Overslaan en naar de inhoud gaan

Rasterschallebijter Carabus cancellatus

Indeling

Carabus [genus]
(16 soorten in totaal / 15 gevestigd)
cancellatus [soort] (1/1)

Mesofiel. Een soort van open, onbeschaduwde, bij voorkeur grazige, niet te droge, heideachtige terreinen op lemige, zandige of venige bodem. Meestal in de nabijheid van bos. Ook op weinig bemeste akkers en kapvlakten in bossen. In het overzicht dat Thiele (1977) gaf over de fauna van cultuurgronden in Midden-Europa, hoort C. cancellatus qua presentie tot de tien belangrijkste soorten. Deze plaats komt vooral op rekening van de gegevens uit het oostelijke deel van het betreffende gebied. In Drenthe een soort van cultuur- en braakland, maar voorkomend in het heide-stuifzandcomplex en zelfs in veenmosvegetaties (Sphagnum) (Den Boer 1977). De waarnemingen in bossen hangen samen met de overwintering, die in boomstronken of achter schors geschiedt. Blumenthal (1981) zei dat voor een duidelijk beeld van de habitat meer onderzoek nodig is.

Vangpotten. Groep: A1 (113 series, 400 individuen). De hoogste dichtheden in heiden en vegetaties met buntgras (Corynephorus canescens) [1-6] en naaldbos (zie boven). Eurytopie: 6 (PRES = 0,36 en SIM = 0,83). Bodem: veen. Vocht: geen voorkeur. Begeleiders: Poecilus versicolor 86,2% (19,5%), Pterostichus niger 83,6% (15,1%), Pterostichus nigrita 83,6% (22,5%), Pterostichus diligens 80,2% (21,9%), Calathus melanocephalus 78,4% (10,3%), Amara lunicollis 77,6% (16,1%), Loricera pilicornis 75,9% (12,8%), Notiophilus aquaticus 75% (21,5%), Bradycellus ruficollis 73,3% (30,7%), Dyschirius globosus 71,6% (18,8%). Wederzijds >50%: Olisthopus rotundatus 50,9 (51,3%).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.