Overslaan en naar de inhoud gaan

Rasterschallebijter Carabus cancellatus

Indeling

Carabus [genus]
(16 soorten in totaal / 15 gevestigd)
cancellatus [soort] (1/1)

In hoofdzaak een dagactieve soort met >45% dagactiviteit (Thiele 1977), vooral tijdens de voortplanting. Reproductie in het voorjaar en de zomer met een top in mei-juni (Zie Ook Den Boer 1990). Copulaties doorgaans na de overwintering, van april tot augustus, maar van jonge dieren zijn er al waarnemingen van paringen in het late najaar. De ca. 45-100 eieren (Stiprajs 1961), worden gelegd in de periode juni-augustus in een aantal sessies. Larven zonder diapauze, L1: mei-juli, L2: mei-juli en L3: juni-augustus. De jaarperiodiciteit heeft twee maxima: in april-juni de voortplantingsactiviteit van de overwinterde dieren en in de zomer in juli-augustus van de ‘verse’ dieren (Hurka 1973), hetgeen in overeenstemming is met de verdeling van de handvangsten in Nederland. Wellicht bracht deze tweetoppigheid Den Boer (1977) tot de opmerking dat de cyclus van de soort nog onduidelijk is. De activiteit van de dieren die al hebben overwinterd neemt na augustus sterk af. Ze leven ongeveer één jaar en overwinteren zelden een tweede keer. De totale ontwikkelingsduur bedraagt ca. 65-75 dagen, ei: 8-16 dagen, L1: 1 week, L2: ca. 2 weken, L3 met 3-5 dagen prepop: ca 25-30 dagen. De pop komt na 14 dagen uit. In Italië duurde het totale larvale stadium 40-50 dagen (Sturani 1962). Overwintering meestal als adult, in groepen achter schors in bosranden, veelal direct langs akkers en graslanden (HT), soms als pop. C. cancellatus is eerder een aaseter dan een rover (Burmeister 1939). Het voedsel bestaat uit slakken, wormen, allerhande insecten en ook vaak plantaardig materiaal, vooral fruit. De larve is opgenomen in de tabellen van Arndt (1991) en Luff (1993).

Dispersie: brachypteer, goede loper, die volgens Scherney (1960) in staat is zich per etmaal ca. 15 m te verplaatsen (ca. 120 m in 10 dagen). Hij klimt ook in lage planten.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.