Overslaan en naar de inhoud gaan

Paarse loopkever Carabus violaceus

Foto: Dick Belgers

Indeling

Carabus [genus]
(16 soorten in totaal / 15 gevestigd)
violaceus [soort] (2/2)

Nachtactief (Kirchner 1964). De periodiciteit voor C. v. violaceus, vooral van de larven, is uitgebreid beschreven in Hurka (1973); deze geldt nagenoeg ook voor C. v. purpurascens. Copulatie voornamelijk in het voorjaar, maar ook in de herfst. Ovipositie door de overwinterde vrouwtjes ongeveer 14 dagen later in juni, gedurende tenminste twee weken (Hölzel 1942). Jonge dieren leggen eieren vanaf de nazomer tot in de herfst. Voor C. violaceus purpurascens gaf Raynaud (1943) juli, september en oktober aan. In Letland in het veld gevonden vrouwtjes legden hun eieren in de periode juli-september; de overwinterde dieren die voor een kweek gebruikt werden legden echter in de periode mei-juli (Stiprajs 1961). Eiontwikkeling 4-8 dagen. Larven L1 (ca. 1 week) en L2 (2-3 weken), in Lapland van juli-augustus (Bengtsson 1927), in Denemarken en Letland idem juli-augustus. Het maximum van de L3 (2-3 weken) ligt in de herfst, waarbij C. v. violaceus iets later is dan C. violaceus purpurascens (Hurka 1973). Door de snelle ontwikkeling bereikt het merendeel van de larven het derde stadium nog voor de winter. Overwintering dus als larve en als imago van de oudere generatie, in de bodem vlak onder de oppervlakte. Verpopping in het voorjaar, april-mei. ‘Verse’ dieren kunnen worden aangetroffen in de periode mei-juli soms ook later in het jaar. Sturani (1962) gaf voor de zuidelijke ondersoort violaceus picenus als indicatie voor de ontwikkelingsduur: ei 8-14 dagen; alle larvale stadia gezamenlijk 30-80 dagen; pop, 14 dagen; al met al ca. 52-108 dagen. Larvale diapauze in de winter. Het voedsel bestaat uit slakken, aas en paddestoelen (Burmeister 1939). De larve is opgenomen in de tabellen van Arndt (1991) en Luff (1993).

Dispersie: brachypteer. Goede loper.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.