Overslaan en naar de inhoud gaan

Donkerbruine schorsloper Dromius agilis

Foto: Dick Belgers

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Dromius [genus] (6/5)
agilis [soort]

Nachtactief. De adulte dieren kunnen gedurende het hele jaar worden waargenomen (Büngener et al. 1991). Voortplanting in het voorjaar. Volgens Burmeister (1939) leeft de larve in de zomer op koele plaatsen. De overwintering vindt plaats als imago achter schorsresten aan de voet van bomen. In het voorjaar en de zomer kunnen de adulte dieren gevonden worden op de stam, of door dode takken uit te kloppen. De volwassen dieren jagen op bomen en struiken vooral op mijten en bladluizen. De larve is opgenomen in de tabel van Luff (1993).

Dispersie: macropteer. Hij beschikt constant over optimaal ontwikkelde vleugels en volledig ontwikkelde vliegspieren (Desender 1989a). Diverse vliegwaarnemingen, o.a. uit Drenthe: juni 1, augustus 1 (TVH). Hij vliegt hij in de schemering en bij nacht (Burmeister 1939, Kádár & Szél 1995).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.