Overslaan en naar de inhoud gaan

Dwerggravertje Dyschirius globosus

Foto: Dick Belgers

Indeling

Scaritinae [subfamilie]
Dyschirius [genus] (15/15)
globosus [soort]

Mesofiel. Een zeer eurytope soort van zeer uiteenlopende open veldbiotopen (o.a. Lindroth 1974, 1985, Burmeister 1939). Op niet te droge bodem. Ook vaak algemeen op akkers en andere cultuurgronden. Volgens Den Boer (1977) heeft hij in Drenthe een voorkeur voor vochtige heideterreinen en hoogveen. Ook in Zwitserland zeer talrijk op veenbodem (Marggi 1992). In bergdalen kan de soort tot 2500 m hoog worden aangetroffen (Burmeister 1939). Soms nabij smeltende sneeuw (Fedorenko 1996).

Vangpotten. Groep: EU(E) (439 series, 25.073 individuen). In bijna alle typen matig vochtige tot vrij natte terreinen met enige vorm van begroeiing. Niet in zeer open, droge duinen [7-8] en donkere vochtige bostypen zoals het eiken-haagbeukenbos [20]. Voor het overige ook in de bossen zeldzaam. Eurytopie: 9 (PRES = 0,88 en SIM = 0,88). Bodem en Vocht: geen voorkeur. Begeleiders: wederzijds > 50% Poecilus versicolor 61,7% (52,9%), Pterostichus diligens 58,3% (60,6%), Bradycellus harpalinus 51,5% (60,5%), Pterostichus nigrita 51,0% (52,1%) en Oxypselaphus obscurus 50,6% en 55,8%.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.