Overslaan en naar de inhoud gaan

Dwerggravertje Dyschirius globosus

Foto: Dick Belgers

Indeling

Scaritinae [subfamilie]
Dyschirius [genus] (15/15)
globosus [soort]

Dagactief. De dieren graven geen gangen zoals veel andere Dyschirius-soorten, maar houden zich vooral onder bladeren en rozetten van planten op (Burmeister 1939). Voortplanting in mei-juni. De larven ontwikkelen zich in de zomer (zijn gevonden in juli) en jonge dieren verschijnen in de herfst (Burmeister 1939, Larsson 1939). Overwintering als imago, niet zelden gevonden in nesten van kleine zoogdieren en mieren. Het is een taaie soort, waarvan veel exemplaren lage temperaturen (invriezen) in rietstengels in ijs overleefden (Palmen 1949). Hij jaagt op kortschildkevers (Staphylinidae), o.a. Trogophloeus maar niet op Bledius (Burmeister 1939, Luff 1998). De larve is opgenomen in de tabellen van Arndt (1991) en Luff (1993).

Dispersie: een dimorfe soort met over het algemeen zeer lage percentages gevleugelde individuen (< 0,1%) (Desender 1989a). In de IJsselmeerpolders zijn echter zeer hoge percentages gevleugelde dieren aangetroffen (maximaal 72% in Oostelijk Flevoland, 1968, 1969) (Den Boer 1970a, Haeck 1971). Over de vliegcapaciteit is weinig bekend en er zijn geen directe vliegwaarnemingen. Bij materiaal dat Desender uit de IJsselmeerpolders onderzocht, werden bij slechts enkele exemplaren volledig ontwikkelde vliegspieren aangetroffen. Het is echter zeer waarschijnlijk dat de kolonisatie van de polders heeft plaatsgevonden door vliegende dieren. Dat de soort op het vasteland ondanks een zeer laag aandeel aan gevleugelde dieren, en het slechte loopvermogen, toch zo wijd verbreid is, kan verklaard worden door de grote mate van eurytopie waardoor (oecologische) barrières nauwelijks bestaan.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.