Overslaan en naar de inhoud gaan

Zoutgravertje Dyschirius salinus

Indeling

Scaritinae [subfamilie]
Dyschirius [genus] (15/15)
salinus [soort]

Indeling

Scaritinae [subfamilie]
Dyschirius [genus] (15/15)
salinus [soort]

Halobiont. Vooral in kwelders op zandige bodem met een duidelijke bijmenging van klei of silt, zowel op open grond als in vegetaties met open plekken, o.a. tussen zeeweegbree (Plantago maritima) (Lindroth 1974, 1985). Ook veelal in krimpscheuren en barsten in halfdroge modder (Burmeister 1939). Hij wordt vaak samen aangetroffen met Dyschirius luedersi.

Vangpotten. Groep: H4 (110 series, 17.735 individuen). De hoogste dichtheden vinden we in het rietland in de jonge polders [27-28] en de oevers [31-33] Eurytopie: 4 (PRES = 0,18 en SIM = 0,67). Bodem: lemig zand. Vocht: 5. Begeleiders: wederzijds > 50% Bembidion minimum 87,3% (63,6%), Dicheirotrichus gustavii 84,5% (66,4%), Pogonus chalceus 73,6% (82,7%) en Bembidion aeneum 65,5% (51,4%).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.