Overslaan en naar de inhoud gaan

Glansgravertje Dyschirius politus

Foto: Tim Faasen

Indeling

Scaritinae [subfamilie]
Dyschirius [genus] (15/15)
politus [soort]

Vrij eurytoop. Volgens Lindroth (1974, 1985) vooral op fijn-zandige bodem met een modderige bovenlaag met spaarzame vegetatie van zeggen (Carex) en paardenstaarten (Equisetum). Doorgaans op wat drogere plaatsen dan D. thoracicus en niet altijd direct aan het water (Luff 1998). Balkenohl (1988) gaf een voorkeur aan voor lemige, steile kanten van oevers aan stilstaand of langzaam stromend water (Burmeister 1939). Vooral talrijk langs de grotere rivieren. Over de hoogte-verspreiding zijn weinig gegevens bekend, waarschijnlijk voornamelijk voorkomend in het laagland en de lagere rivierdalen.

Vangpotten. Groep: H3 (29 series, 128 individuen). De hoogste scores vinden we in vegetaties met buntgras (Corynephorus canescens), duinterreinen [6-8], rietland [27-28] en oevers [30-32]. Hij ontbreekt op schorren en kwelders. Eurytopie: 5 (PRES = 0,27 en SIM = 0,81). Bodem en Vocht: geen voorkeur. Begeleider: Loricera pilicornis 75,9% (3,2%). 

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.